Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En 's avonds van een lapje katoen-fluweel, dat zij op Nieuwmarkt gekocht had voor een dubbeltje, zat zij een baret voor hem te naaien op den zolder, bij 't slechte licht van een klein petroleum lampje, dat op een tot tafel dienende kist stond en hij, met zijn groot hoofd dicht bij haar, met oogen blij als van een kind, dat een stuk speelgoed verwacht, zat te kijken naar 't bewegen van haar vingers, met grooten ernst sprekende over de schoone toekomst, die nu zou beginnen, als hij eens zijn fluweelen pak en zijn groot huis zou hebben.

Zij luisterde naar hem zooals ze naar een kind zou luisteren, had hem lief om dat onbeholpene in het maatschappelijke leven, vond hem er grooter om. Een kunstenaar kón immers niet anders zijn. Maar zij zou hem wel vooruit helpen. Zij was practisch genoeg voor twee. Hij had gelijk, dat hij in een huis met een marmeren gang wilde wonen. Daar had hij recht op.

Toen de baret klaar was, had hij deze schuin op 't hoofd gezet.

«Hoe staat-ie?»

«Prachtig, prachtig!» had ze opgetogen geroepen. «Je lijkt op Rembrandt ... je lijkt precies op Rembrandt. . .

En zij had hem bij den baard naar zich toegetrokken en had hem gekust op zijn wangen en hem dan weer geplaagd: «Hij is zoo n klein joggie. Hij is zoo blij met z'n nieuwe mutsje . . .

Zóó een groote man ... hij was wel anderhalf hoofd langer dan zij en toch net een schooljoggie in zijn doen en laten . . . Maar ik heb je er liever om, hoor groot, dom ventje, dat je bent. . . Morgen mag je je mutsie ook op straat dragen hoor ...»

Hij had zich in zijn hart week en tot schreiens toe bewogen gevoeld. Zóó was er nog nooit tot hem gesproken. Altijd, altijd had hij een geheim verlangen gehad naar zoo een vertroeteling . . . Dat het geluk van een mensch in zoo n kleinigheid kon bestaan . . . Zoo'n paar zacht-lieve, téér-schertsende woorden van een eenvoudig kind . . . dat had hem nu levenslang ontbroken. Maitre Dorian was niet slecht voor hem geweest. . . maar hij had hem natuurlijk nooit gekust. Neen, zoo oud als hij wasv had men hem nooit gekust. Zijn moeder niet, madame Zerba niet. . . Vroeger had hij wel honden en katten gehad, waar hij véél van had gehouden, maar dat was altijd geven, veel geven, doch nooit kan zoo'n dier een zacht naampje teruggeven . .

Sluiten