Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden dag waren ze weer huizen gaan kijken, hij met zijn baret op. Midden in den nacht had hij haar wakker gemaakt, haar gevraagd, of hij zijn baret schuin ot recht zou dragen. Zij had gegierd van lachen, had hem aan zijn baard getrokken, was boven op zijn lichaam gaan stoeien. «Domme, domme jongen. Leg je nou midden in den nacht wakker en aan je mooi mutsje te denken . . . Schaam jij je niet, groot kind . . . Hemeltje, hemeltje, dat is nu de groote schilder Mantua Fresco . . . Als ik er aan denk, hoe ik voor je beefde, toen je met je flambard op en je witte jas aan voor I ognacca en Cossa stond. Zeg . . • wat zal je lang over die flambard gedroomd hebben ...»

Zij lachte helder op.

«Als de menschen, dat nu eens wisten . . • Dan zouden ze werkelijk zeggen, dat je niet goed wijs bent...»

Zij had haar hoofd op zijn borst gelegd en zachtjes nog, vertrouwelijk tot hem, voor 't weer inslapen:

«Ik hoef heusch nog geen kindje te hebben ... Ik heb een man en een joggie tegelijk getrouwd ...»

Op straat was de ontnuchtering gekomen. Pas uit huis, had een magere, vieze slungel, komende uit de Jordaan. zelf met een pantalon a 1 eléphant aan en een fluweelen jachtpet op, naar de Jordaan-mode. hem toegeroepen:

„Hé, ouwe loei . . . heb je je mussie op? ... ^

Hij werd bleek; zij trilde van verontwaardiging. Zij waren zoo vroolijk en gelukkig naar beneden gegaan. Nauwelijks kwamen ze met de buitenwereld in aanraking, of die schooier

vernietigde hun droom.

Zij zeiden elkaar niets. Hij drukte alleen wat vaster haar arm. Een paar stappen verder kwamen twee meiden, breed in hun vierkante rokken, de ponnie dik over t voorhoofd, hun

tegemoet. .

,,Haire Jisses hou me vast Marie . . . Sie-je dat . . . Hij het

een pannekoekkie op z'n parg . . .'

En zij lachten met hun vies-zwarte groote monden, wijduit

met een brutalen pret om 't vreemde.

«Sloerie!» riep Treesje verontwaardigd.

«Sloerie!» herhaalde één der meiden luider... «Lèhjke

Sluiten