Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zij begon véél van de Parijzenaars te houden, liep met een gezicht, stralend van geluk met hem mede, wilde wel de voorbijgangers toelachen.

Zij kreeg de Franschen lief en als zij voor monumenten stil stonden en Mantua, met zijn breed armgebaar, verhaalde van al die helden en heldendaden, verheerlijkend Etienne Dolet en Denys Papin en Napoleon en den grooten Lodewijk, dan leende zij zich trillend tegen hem aan, voelde neiging om öp te klimmen naar die bronzen of marmeren gelaten om ze te omhelzen en te kussen.

Dikwerf opeens, in haar opwelling van dankbaarheid tot dit wei-gemanierde volk, dat de waarachtige vrijheid kende, liep zij een banketbakkerswinkel binnen, kocht haastig wat snoeperij en deelde het rond aan kinderen, die in de portieken of in parken speelden. Of zij liet Mantua sigaren of sigaretten geven aan arme mannen, die luierend op banken zaten en verwonderd waren over die onverwachte gave. Maar het was beider grootste pleizier om naar arme lieden uit te zien, die op hoeken van straten of op wat afgelegen pleinen aan den voet van een monument of op banken langs boulevard of park, waren ingeslapen.

Dan lei Treesje, zachtjes naderend, zoo'n slapenden stumper een frank in de hand en weer gauw Mantua's arm pakkend en zich dicht tegen hem aandrukkend, hadden die twee als kinderen gierende pret bij de gedachte aan het vroolijke ont waken der beschenkten.

«Wat zou-ie doen, als hij nu wakker wordt en hij ziet het geld in zijn hand?»

«Hij zal denken, dat-ie nog niet wakker is, dat-ie op nieuw droomt...»

«Hij zal morgen daar wel weer een dutje gaan doen. Denk je niet Mantua?»

«Misschien heeft-ie vóór ie insliep God om een gave gesmeekt en nu gelooft-ie dat Onze Lieve Heer zelf bij 'm is geweest...»

,,Hahaha . . . dan heeft-ie gelijk ... Jij bent net Onze Lieve Heer op aarde ... O Mantua, Mantua, wat is het leven toch heerlijk ! . . .»

Toen ze zoo een maand geleefd hadden, geheel zich over-

Kal verstraat. Dl. 11. ^

Sluiten