is toegevoegd aan uw favorieten.

Kalverstraat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•dag kwam er een heertje bij hen, bekeek Mantua's werk, vond het prachtig en vroeg voor een goede critiek driehonderd francs.

En als ik u niet betaal?»

«Dan krijgt u geen critiek ...»

«Maar dat is onrechtvaardig... als u mijn werk toch mooi vind ...»

«Zoo is 'tgebruik», antwoordde het heertje cijnisch.

«Zeg dan, dat het een slecht gebruik is. Dat ik het onzedelijk noem . . . Dat het corruptie is ...»

«Zoo u wilt,» zeide het heertje hoffelijk en hij ging met beleefde groeten heen.

Mantua en Treesje zaten verslagen in hun mooie zitkamer. Van buiten kwam het gonzend rumoer van de groote stad met de uitroepen van de krantenventers schreeuwend er bovenuit.

«Wat nu?» vroeg Mantua... «Ik weet niet meer wat te beginnen.»

Maar zij hield moed. «Zoo gemakkelijk was het niet. En •er waren zooveel kunstenaars in Parijs. Doch dat deerde niet. Geen een was er zoo groot als haar Mantua. Als hij maar éénmaal bekend was, zouden de kunstkoopers wèl naar hèm komen ... En dan kon hij de prijzen eischen, waarop hij, de groote Mantua Fresco, recht had. Kom, kom, wees niet zoo gauw neergeslagen, mijn lief, goed, mannetje, mijn geniale schilder. . .

Zij trok zijn hoofd op haar borst, kuste hem op de bedroefde oogen. En 's avonds schertsten zij, zeiden dat nu zij maar eens moesten gaan slapen, zooals die lieden op de banken op de Boulevard, en dat zij bij 't ontwaken wellicht ook 't geluk in hun handen zouden gelegd vinden en beiden sliepen in, met in 't hart wezenlijk een stil, een aan elkaar niet uitgezegd vertrouwen. dat het werkelijk zoo zou gebeuren.