Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kalverstraat willen bezitten, droomde van millioenen om dan met zijn geld te kunnen heerschen en dwingen. Als hij door de Kalverstraat liep, zouden de menschen voor hem uit den weg gaan, diep den hoed voor hem afnemen. Hij had het plan zich te laten naturaliseeren om lid van den Gemeenteraad of van de Provinciale Staten te kunnen worden. De zaak van Bartelkamp en Hoenders was hem een doorn in t oog. Soms, als 't laat was en alle winkels waren gesloten, ging hij voor de winkelkasten van het groote magazijn staan, maakte fantaisiën van bommen werpen, zinde op een plotselinge vernietiging van die zaak. Hij verging van naijver en scherpte al zijn intellect om Bartelkamp en Hoenders te ondergraven. Een bediende, een bonvivant, die een paar keer 's morgens te laat was gekomen, had bij Bartelkamp en Hoenders ontslag gekregen. Hirschfeld stelde hem in zijn zaak aan, ging 's avonds met hem mee boemelen in de Nieuwe Pijp, betaalde royaal, kwam door hem in aanraking met andere bedienden en een coupeur van Bartelkamp en Hoenders. Behendig hoorde hij ze uit, vischte naar de fabrikanten van het goed, dat bij Bartelkamp en Hoenders het beste ging, tot hij volkomen op de hoogte van de zaak van zijn concurrent was. Toen begon hij te berekenen, hoe hij Dietrich und Cohn kon overtreffen. Zij hadden een groote confectie-snijmachine, die veertig modellen te gelijk sneed. Zij besteedden te Berlijn al het werk uit aan huiskleermakers en naaisters en gaven ook massa's kleiner werk aan vrouwen en meisjes uit den fatsoenlijken burgerstand, die graag er wat bijverdienden en voor een speldegeldje, kindergoed thuis maakten voor prijzen, waartegen de broodarbeidsters niet

konden opwerken.

Dat besloot Hirschfeld alles na te doen, maar m Holland, niet in Duitschland. De munt is het beste waar ze geslagen wordt, dacht hij. Hij liet ook een groote snijmachine komen en begon het werk uit te besteden. Daar er te weinig bedreven arbeidsters te vinden waren, begon hij het werk te verdeelen, zoodat een schortje, voor 't gereed was, door drie arbeidsters bewerkt moest worden. Van de schortjes ging hij over tot de kinderpakjes, daarna tot de grootere stukken. Langzamerhand kweekte hij een kring van arbeidsters aan, die alleen voor zijn

Sluiten