Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak geschikt waren. Hij richtte boven, op een van de zolders, een atelier op, gaf arme meisjes dadelijk een gulden 's weeks loon, liet ze alleen één onderdeel van 't confectie-vak leeren, stuurde ze daarna als thuisarbeidsters weg en liet ze dan stukwerk maken, tegen hongerloonen. De arme schepsels, eenmaal in den levensstrijd, waren gedwongen aan te nemen wat hij ze gaf. Hij beknibbelde haar nog op die lage loonen, stelde boeten in op slordige afwerking, verplichtte ze tot bijlevering van garen en naalden en enkele fournituren, die zij gedwongen waren tegen door hem vastgestelde prijzen van hem te koopen. Het gelukte hem zoo goedkooper te kunnen werken dan Bartelkamp en Hoenders en nu begon hij concurrentie-étalages te maken.

Bartelkamp en Hoenders, die 't spoedig merkten, meenden dat het maar een schijnbeweging van hem was, een tijdelijken verkoop met verlies om klanten te winnen en den loop naar zijn winkel te krijgen. Maar zij vergisten zich, zagen met schrik, dat hij tegen hen op concurreerde. Zij beproefden een tegenmanoeuvre. Een dienstmeiden-jacquet, dat hun zelf f3,50 kostte werd door hen voor een rijksdaalder in de winkelkast gezet. Onmiddellijk liet Hirschfeld in zijn étalage rechts, de afdeeling der vrouwenconfectie, twintig dergelijke jacquets zetten met f 2 geprijsd en dat was zijn eigen geld. Want hij liet het goed in Amsterdam maken, had geen kosten van vracht en douane, was niet, zooals Dietrich und Cohn te Berlijn, door arbeidswetten binnen zekere grenzen gehouden. Als het Zaterdagavond uitbetaling was, zat Hirschfeld in zijn prettig privékantoor met stapeltjes geld voor zich. De arbeidsters moesten bij elkaar in een leege zijkamer staan, werden door den boekhouder opgeroepen, kregen, nadat haar nota was nageteld, hun volgbriefje met de som er op, waarop zij recht hadden en werden dan één voor één boven bij den patroon geroepen. Met zijn harde, blauwe oogen keek hij ze wreed en streng aan. Hij zag naar baar vaal groene, ongezonde gelaten, de moede oogen, de voorover gebogen schouders, de weggewerkte borsten en dat deed hem goed ze zóó te zien. Hij liet ze een oogenblik staan, ging door met een berekening, deed alsof hij haar bescheiden kuchen niet hoorde en vroeg dan eindelijk:

Sluiten