Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nichtje woonden achter den winkel, waar twee ruime kamers en een keukentje waren. IDen heelen dag stond er een groote kan koffie op 't vuur en de vrouwen, die kwamen koopen, moesten meteen een «bakkie troost» snoepen. Alles wat in de buurt ronselde of kwanselde kwam bij Souget koopen of bracht koopers tegen procentengeld. De Leeuw was na een paar maanden eens een bezoek gaan brengen aan Nathan Souget. Die ontving zijn vroegeren patroon met oogen, glinsterend van geluk en dankbaarheid. Ja, de zaak ging druk. Zooiets had hij nog nooit beleefd. Hij maakte hier dagen met meer verdienste, dan in de groote zaak van De Leeuw in de Kalverstraat.

«'t Is om te huilen, patroon, dat u er niet aan gedacht hebt. hier te beginnen. Als ik geld ontvang, jammert mijn hart. Waarom heb ik dat nu niet voor mijnheer De Leeuw kunnen verdienen, denk ik. Want ik zal geen gezond oogenblik meer hebben als 't niet waar is, ik heb het nu toch goed niet?... Wij hebben achter twee groote kamers en een keuken en ik eet tegenwoordig als een rijk man, alle dagen als ik lust heb soep ... ik heb het goed en toch werk ik niet met hart. Als ik voor u een dubbeltje verdiende, is 't mij liever geweest als dat ik voor die ... u zal het hem toch niet overbrengen . . . voor die vuile bloedhond, een gulden verdien ... Ik wensch niemand wat slechts, wij. zijn allemaal in Gods hand, maar hèm wensch ik dat-ie levenslang de gal zal houden . . . wéét u, wat-ie mij gedaan heeft? Nee . . . hoort u toe, ik vertel u geen leugen ... ik draag hem van de week zeshonderd gulden ontvangst af. . . dat is toch een groote som, niet waar . . . zeshonderd gulden . . . men heeft toch veertig procent verdienste op dat «mischt» dat men hier verkoopt... Goed... ik geef 'm de zeshonderd gulden . . . Hij vertrekt geen spier op zijn gele isegrimpatsef. Een ander zou zeggen: je hebt je flink gehouden Nathan ... of ten minste een verheugd gezicht zetten . . . men wil toch ook eens een goed woord hebben . .. de centen zijn noodig, zijn broodnoodig, maar een goed woord is toch ook wat menschelijks . . . zeit-ie tegen me ... ik heb gemerkt, dat je 'n Zaterdagmiddag niet in de zaak ben ge weest. . . Recht zoo, zeg ik, 'k heb een bezoek moeten brengen aan een familielid van mij . . . zeit-ie, laat jij jouw familie bij

Sluiten