Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het «Journal «van Desgranges» besloot, ter wille van de voortgezette reclame, Mantua's teekeningen in haar expositiezaal ten toon te stellen. De teekeningen werden keurig omlijst. Er werd een sierlijken catalogus gedrukt. De interessante biographie van Mantua Fresco werd door de bladen medegedeeld. De algemeene aandacht op den echtgenoot van «la princesse JolieMine» was gevestigd en toen op den dag van de opening* Treesje aan de arm van Mantua zich vertoonde, was de élitie van het Parijsche publiek aanwezig en Mantua en Treesje werden uitgenoodigd' in voorname kringen. Men wilde Jolie-Mine zien» men wilde met haar gesproken hebben en men voelde zich verplicht, ook iets te koopen van Jolie-Mines gemaal.

Op den eersten dag waren reeds tien teekeningen verkocht. Desgranges, handig journalist, kennend zijn Parijzenaars, had Mantua aangeraden zijn prijzen dadelijk hoog te stellen. Dat was het eenige middel om véél te verkoopen. Want de werkelijk koopkrachtigen te Parijs dulden geen koopjes in hun portefeuilles of salons. Een «Fresco» aan de muur moet in zekeren zin een zichtbaar kapitaal zijn, een renteloos opgehangen chécque in den vorm van een teekening of schilderij. Maar hij had het Mantua niet behoeven te zeggen. Die overlegde met Treesje» hoe hoog hij de prijzen voor elke teekening zou stellen. Zij meende al véél te zeggen, wanneer ze vijfhonderd franken rekende. Maar hij lachte haar uit, wilde vijfduizend franken eischen, sprak ervan later alles weer terug te zullen koopen» beklaagde zich er over, dat zijn werk nu andermans eigendom zou worden.

«De kunstenaar behoorde een onvervreemdbaar recht op zijn eigen werken te hebben. Wat, ik geef een stuk van mijn ziel weg, van mijn eigen ziel, van mijn leven-en-bloed en een ander» omdat hij mij wat geld geeft, zou dat nu voortaan mogen bezitten, er mede doen wat hij verkiest, het kunnen weghangen in een achterkamer in slecht licht, het zelf bijschilderen, het laten inlijsten in een lijst, die er niet bij past, het onttrekken aan 't oog van anderen, ja mij zelf weigeren, het te zien, het te veranderen, het te verbeteren, wanneer ik daartoe aandrift gevoelde ?»

«Maar wat zou je dan willen, dwaze, groote lieveling?»

Sluiten