is toegevoegd aan uw favorieten.

Kalverstraat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je zou zeggen hè ? Zoo'n rare kerel. .. Wie had dat nou achter 'm gezocht..."

,,Ik heb altijd geweten, dat er wat groots in dien man zat," beweerde De Leeuw.

Hij was vriendschappelijk weggegaan, peinzende over zijn eigen dochters. Molly was toch eigenlijk een „schlemielte". Zoo'n knappe, mooie vrouw zou haar leven „verschwartzen" moeten in zoo'n hol van een winkel. Ze had het er nog betrekkelijk goed, maar dat was toch geen leven, ondergeschikt te zijn, van den morgen tot den avond de onderdanige dienares te spelen.

Het ongeluk scheen hem te willen, hem en zijn kinderen. Ze waren te braaf, te fatsoenlijk! Wie had dat meer zien voorkomen, dat een arm meisje, zooals zijn Everdine, een rijke partij als Bertus Polak van de hand sloeg, alléén omdat de man haar niet beviel. Men kon het zich niet uitkiezen, zooals men het hebben wou! Een arm meisje moest dankbaar zijn voor elke partij, die zich opdeed. Elke partij ? Nu ja, bij manier van spreken. Die lange broodmuzikant, die nu om haar liep, was geen partij . . . Daar was hij tenminste bliksems gauw bijgeweest om 't af te maken . . . Dat was maar goed ook geweest. . . Want je zag de vreemdste dingen gebeuren . . . Er uit gebonjourd had hij hem . . . Een brutaliteit om naar zijn dochter, naar zijn Everdine de hand uit te steken . . . Een gattes ... En wat een gattes . . . Geen schoen had hij aan de voeten . . . geen broek aan zijn lichaam ... en hij had bij hem een broek willen koopen voor f 7.50 . . . op crediet. . . Hör maol an . . . een sjeikets, die een broek van drie rijksdaalders op crediet moest koopen ... en hij was hem voor die paar rijksdaalders ook nog niet goed geweest. Hij had hem boven gevonden in de voorkamer bij Everdine en samen hadden ze zitten spelen ... hij piano en zij viool ... en dat op denzelfden dag, nadat zij een zoon van wijlen G. Polak den bons had gegeven... Maar dat had hij 'm toch maar netjes geleverd... „Mijnheer, ik heb alle respect voor de kunst, maar voor de broodelooze kunst heb ik géén respect... u zoudt mij een pleizier doen als u mijn dochter hier voortaan alléén liet studeeren..."

Zoo. . . die was hij kwijt. Dat had er nog bij moeten