Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebt elk oogenblik wissewassen met de politie en dan weet je nog niet waar je an toe bin. Mijn zuster hebben ze voor een week hier aan de overzij uitgedragen naar 't Gasthuis. . . Ze leit er nog . . . dat heit ze van een ouwen smeerlap gekregen. . . Ja, ja, 't is een zuur stukkie brood, dat wij menschen hébben, tn as je heelemaal wat verdient, gaat 't weg aan je huisbaas. Jij bent een aardig kereltje en je zeit zelf dat je cente heb. As je nou is wat wou doen, dat je me eeuwig an je voeten zou hebben van de dankbaarheid, dan moes jij me is uit het leven halen. Want ik zweer het je, nou zit ik hier al vast op deze stoel geplakt van vanmorgen negen uur te waarden, mensch, ik ben doodop van 't uitkijken en an-tikken en nou ben jij nèt de eenigste, die 'reis binneloop om een glaassie bier."

Waarom ben je dan 'r ingegaan ?" vroeg Ricardi,

Er was in hem een tweestrijd. Welzeker, hij had de centen in zijn zak. Waarom zou hij zoo n arme bliksem niet eens helpen, als ze geholpen wou zijn. Hij had immers toch niet lang meer te leven en met een goeie daad je kist ingaan kon nooit kwaad. Maar hij schrikte terug voor den humor van 't geval. Als t eens bekend werd, hij Daniël Ricardi als middernachtzendeling. Was 't niet om je eigen uit te lachen.

„Waarom ik 'r ben ingegaan ? Göt man, denk-ie dat je dat voor je plezier doet?

W at zak r om liegen hè . . . 'k was zeventien jaar toen 'k er in kwam en nou ben ik twee-en-dertig, 'k Was dienstmeisje en k had t goed. De mensche waren best voor me. Toen kwam r een student op de kamers wonen en die had aardigheid in me. Nou, 'k zal er niet om liegen, 't was een aardig jong met een dikke krullekop. Nou, ik had ook lol in 'm. En dan moet ik soms wél is wat extra's voor 'm halen, rookvleesch of een gemarineerde haring of wel'ris een half flessie bitter, berst wou k het niet, maar later had ik 'r smaak in en as-ie weg was, zette ik ook 't flesschie nog wel is even an me mond. . .

h.enmaal mos ik kersen voor 'm halen en ik kwam boven met een mandje en toen gaf-ie me er wéér een paar handen vol van en toen duwde-ie er een paar in me mond. Nou, toe raakten we zoo een beetje aan 't stoeien, zoo as 't meer gaat

Sluiten