Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij geminteneerd, maar die heb ik nooit magge lijen omdat-ie as 'n beest bij je was. Nou toen is-t-ie er weer van doorgegaan en toen heb ik, omdat ik véél centen kon gebruiken voor me jongen, hij 's nou op de Wassenaar, maar geleefd van wat je leven kèn he en toen kwam je zoo er al langzaam in. Maar in de Pijp kreeg je zoo een concurensie, ze denken zeker dat je allemaal rijke mintineurs ken krijgen, nou dan, toen heb ik met Janssie de Vries eeist een huissie gehad op de Reguliersgracht; maar daar binne we door de polisie verdreven omdat er een mijnheer naast kwam wonen van de gemeenteraad en die had dochters en toen hebben we een huissie gehad in de Kerkstraat. Dat ging goed, maar daar moste we weer uit omdat het huis verkocht werd en toen is 't afgebroken en toen zijne wij naar de Nes gegaan, maar dat was heelemaal niks. Een dure huur, en wat kwam, dat was om is de boel op te scheppen en dan kwamme ze op léf drinken en sloegen je boel stuk, nou je staat 'r als twee vrouwen tegenover en we wouen nooit pooiers hebben, want dan krijg je maar slaag zat en ze vréten je de boel op en ze houwen je klanten 'r uit. Toen zijne we daar uitgetrokke en toen binne we hier ons standje begonnen maar 't is miserabel hoor. . . Me vrindin is van baloorigheid uitgegaan, die kan heelemaal niet tegen het stilzitten en ze wil toen ook 'r vertier hebben. Nou, wat doe je thuis as je hier alleen zit. . . Je zit een beetje te breien en dan drink-je een glaassie en nog een glaassie en uit verveling drink-ie méér dan je verdragen kan en je wént aan 't zuipen en je gooit temet méér door je eigen keelgat dan je an je klanten uitschenkt..."

Ze schonk uit het halve fleschje Ricardi's glas voor de tweede maal vol.

Ricardi had haar stil aangehoord. Zij had hem eenvoudig en zonder opsmuk haar levensgeschiedenis verteld en gevoelde, dat zij de waarheid sprak.

«Jelui zijn toch eigenlijk ongelukkige tobbers,» zeide hij.

«Dat zijn wij net.» Maar doe'r maar wat aan. Ieder is je vijand. Wat zal je er an doen ?

«En hoe zou je nou weer in 't fatsoenlijke leven terug willen ?»

«Nou, hoe zou het? Als je centen hebt, kèn ie alles.»

Sluiten