Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Ga ze maar dadelijk de centen brengen. Ik blijf hier. . .»

«Late we wachten tot me vriendin er is ...»

Zij bleven een oogenblik wachten.

«Ik ben moe,» zeide Ricardi. 'k Wou wel een oogenblikkie ■uitrusten ...»

«Daar is het bed ...»

«Goed . . . Maar leg er dan eerst een paar schoone lakens op.»

Zij verschoonde het bed en daarna ging hij er op liggen en rustte. Zij bleef voor zitten, met het gordijn neergelaten en breide aan een kous.

«Je hebt het hier stil,» zeide Ricardi, van 't bed turend naar haar rustige bedrijvigheid.

«Ja, 't is hier al te stil. Wil je wel gelooven, dat 'k nog net zeventien centen in huis heb ? En daarvan mostte we van middag met z'n tweeën eten as we vandaag niks zouwe verdienen, 'tls een hard stukkie brood, een hard stukkie brood...»

«Ricardi sluimerde in. Toen hij wakker werd, zaten de beide vrouwen voor zijn bed. Janssie, de vriendin, was wat ouder dan Grietje Vermeulen. Zij was een tengere, lange vrouw, met trage, vermoeide bewegingen.

«Gaat het wat beter met je?» vroeg Grietje.

«Ik . . . 'k ben niet ziek ...»

«Nou . . . dat mot je nou de ganzen maar wijs maken. Wij hebben je wel hooren kuchen, toen je sliep . . . Maar afijn, wil je niet wat drinken ? Een glaassie cognac... wij hebben nog net een maatje in huis."

„Geef öp!"

Ricardi dronk het glas in één teug leeg, sprong van het bed.

„Je mag je centen gerust natellen hoor. Stélen doen we hier niet," zei Janssie.

Hij bleef bij de twee praten, gaf hun geld om eetwaar te gaan inslaan.

«Janssie zal koken. Dan zal-ie is wat proeven. Ze heit vroeger keukenmeid geweest in een groot hotel."

Zij bakte een biefstuk met aardappelen, dekte in 't achterkamertje de tafel met een schoon tafelkleed, sloot vóór de deur op de knip.

Hij gevoelde zich gezellig en vertrouwd bij de twee vrouwen,

Sluiten