Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die héél ernstig waren, dankbaar jegens hem, nu hij ze niet dwong tot haar beroep, maar stil met ze méé leefde, ze rijkelijk liet eten aan een voor haar ongewoon maal.

,,Wat zulle we vanavond doen?" vroeg Janssie.

„Een beetje kaart spelen?" vroeg Gerritje.

,,Of een beetje lezen. Van avond mot de nieuwe aflevering komme. Wij zijne ingeteekend op een roman van „Schrinderhannes." Mooi hoor. Je zit er je bij te verdoen van het onrecht. Want gelijk had-ie. Hij stal bij de rijken en hij gooide het bij de armen in huis, En er was een meissie bij 'm in de grot en die het-ie nooit een haar angeraakt en ze sliep zoo naast 'm op een berevel. En asse der andere an 'r wouen kommen, hield ie ze een pistool onder d'r oogen.

Dat was een dochter van 'n kameraad van 'm, die ze hadden gepakt en opgehangen."

Maar Ricardi hield er van de zaken eerst af te doen.

„Kinderen" zei hij, „we hebben nou lekker gegeten en gedronken en nou motte wij er verder ons pleizier van nemen. Als we nou eens een bakkie nammen en gingen eerst 'ris een beetje toeren?"

„Wij hebben geen kleeren om uit te gaan, ten minste niet met u," zeide Janssie.

„Dan zal ik wel voor jelui zorgen. Hier is geld. Nou gaan jelui dan maar eerst je schulden betalen . . . Maar eerlijk hoor — anders is 't zóó uit. En dan zal ik wel voor jelui kleeren gaan koopen . . . jij Janssie hebt 44 en jij Gerritje 46. Ik ben in 't kleeren-vak zie je. Goed, nou haal ik voor jelui kleeren en ondergoed en hoeden. En dan kom ik terug en jelui motte dan óók terug zijn en dan gaan wij er op uit voor den nieuwen winkel.

Hij gaf hun een bankbillet van honderd gulden en ging weg, liep naar den winkel van Bertels op de Hoogstraat, kocht daar wat naar zijn gading was, ging even naar huis, liet door de winkeljuffrouw kousen, hemden en pantalons inpakken, bestelde den kruier en liet zijn geheelen inkoop dragen naar een kapper in de Vijzelstraat. Daar liet hij zich scheren, nam toen het pakje op en droeg het zelf naar het huis van zijn beide vriendinnen.

Zij wachtten hem achter de deur.

„Ben je daar? Janssie was al bang, dat je niet terug zou

Sluiten