Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door arme stumpers op hun fabrieken uit te zuigen. Hij had in Engeland weefgetouwen gezien. Trekhonden voor 'n boerekar hadden het beter dan die mannen en vrouwen daar in de weverijen. En de banken! Dat waren door de wet gepermiteerde dievenbenden. Ze gaven financieële bladen uit, lanceerden daarin zwendel-maatschappijen, bedrogen de groote hoop. Ze lokten opgespaarde centjes naar de beurs om te doen verspeculeeren. Zij verbonden zich met trusts om het brood en de petroleum duurder te maken. De heele wereld was rot, was een dievebende. Daar zitten die arme stumpers hier den heelen dag in zoo'n wrak onderhuis, hopend dat 'r een kerel zich binnen laat lokken om z'n pleizier van 'r te hebben. En die paar ongelukkige centen moeten ze afdragen aan 'n huisbaas en een drankleverancier. Dat zijn natuurlijk deftige lui. Die zullen 'r smoelen wel in den wind steken as ze mijn op straat ontmoetenEn die paar arme meiden, die 'r niet uit kunnen, die geen stuk kleeren aan 'r lijf hebben en geen stevigen hap eten naar binnen krijgen, die armé donders worden nagewezen, vervolgd door de politie, uitgezet uit haar huizen, ziek gemaakt en naar 't pesthuis gesleept, waar ze weg-sterven. . . Jawel... de wereld is een mooie vertooning. Je moet meelij hebben met de banken en de fabrikanten. . . Waarachtig niet. . . Je bent een weldoener van de menschheid als je ze bedriegt. . . Je doet een goeie daad. . . Ik ben ook een Schinderhannes . . . verduiveld dat ben ik, ik neem het ook van de rijken en geef 't an de armen. . .»

Janssie was 't eerst gekleed. Nu slank in haar nieuwe, eenvoudige japon, het blonde haar netjes opgemaakt, het gelaat vroolijk, zag ze er frisch en aantrekkelijk uit.

«Hoe vin je me? Zeg, hoe heet je toch?»

«Ik . . . Schinderhannes!»

«Die is goed . . . Schinderhannes . . . Zóó zullen we je noemen hoor. . . Gerritje, hoor je dat. . . hij heet Schinderhannes.»

«'t Is ook een echte lekkere Hannes, dat kéreltje van onsEn hoe zie ik er uit?»

Gerritje was wat dikker, wat grover dan Janssie. Maar haar vol gelaat en haar bruine oogen waren goedmoedig en als zij lachte, blonken haar mooie tanden.

«Jij ziet er patent uit!» zei Ricardi, die 't meest van Gerritje hield.

Sluiten