Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nne, die een baantje aan de wal zocht en met haar wilde trouwen, loerend op haar geld. Gerritje lokte manslui die koopen kwamen, mee naar achter.

In de buurt beschouwde men het zaakje van ,,Gezusters Berghuis" als een stille knip.

Daarom was Ricardi nu véél in 't zaakje, hield de vrouwen onder toezicht en beiden waren onder zijn oog gedwee en fatsoenlijk, onvermoeid en oppassend, twee zwakke groote vrouwe-kinderen, die niet zelfstandig konden zijn, instinctief verlangend naar den man, om haar te leiden, te beschermen en te bevelen.

En in deze beide vrouwen was een groote genegenheid voor Daniël Ricardi ontkiemd, die, hoewel hij begon te verzwakken, méér aan t leven ging hechten, sober leefde, trouw medici^ neerde, angstig voor den naderenden dood, die nu zoo zichtbaar nabij kwam, zichtbaar in de vale kleur van zijn wangen, den slappen gang van zijn moede beenen, het invallen van zijn borst, het fluitend-piepen van zijn ademhaling en het opkrommen van zijn rug, dat hij voelde, alsof iemand met een zware hand hem in den nek greep en gestadig zijn hoofd naar den grond duwde.

Kalverstraat. Dl. II.

IO

Sluiten