Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog tegen Roossie, k wou dat ik wat wist om an meneer Souget ook van mijn kant is een genoegen te doen."

„Gekheid, gekheid. Wij zijn allemaal kooplui onder mekaar. Ik rikkemandeer u is en u rikkemandeert op u manier mijn is . . . Mót men zoo nauw niet nemen ..."

„Maar vertelt u mij is, mijnheer Souget, mag ik wat anrekene ? U weet toch ook, as t lijen kan, rekent men al is meer, dan as 't voor een liefdadig doel is."

„Lijen? t Kan ja lijen en 't kan nee lijen, net zooals je het neemt. Wie betaalt het ?"

„Juffrouw de Leeuw heeft het besteld, maar bij mijnheer Bertels mot de rekening gestuurd worden . . ."

„Bij Bertels . . . weest u dan verstandig en besteel u uw eigen niet. Reken maar . . . daar kan het van af."

„Is-ie zoo rijk?"

„Mejoeges!"

„Is t geen zonde, dat zoo n mooi Jiddekind zich vergooit an zoo'n köj, die zijn goeje, eerste vrouw uit huis heeft geslagen ? Ze was altijd een goeie klant van me, zijn eerste vrouw. Die hield van blommen zooals ik van m'n Roossie houd . . ."

„Nö . . . wat wil u dan ? Roossie is toch ook een blom . .

„Gijnponem . . . Hoe is het mogelijk, dèt men altijd gijn heeft!"

Nathan's hart was van vreugde begonnen te kloppen. Zulk groot nieuws had hij niet verwacht, 't Was er dan toch door gekomen. Molly ging trouwen met Bertels! Dan trof hij haar in een goede stemming en zij zou zeker zijn voorspraak bij Hirschfeld willen zijn, die, dat wist hij, Molly altijd graag had mogen lijden.

Zij hadden voor de receptie bloemen bij Roosjes moeder besteld, die in die bestelling een nieuw blijk van Nathans genegenheid voor Roosje had gezien, meenende dat Nathan Molly had aangeraden, bij haar te gaan koopen.

„Ik moet ook een bloemetje voor de receptie hebben^" zeide Nathan langs zijn neus weg. ,,'k Had eigenlijk wel geen tijd om te gaan, 't heb het te druk in mijn zaak, maar wat zal men doen. Ze heeft zoo aangehouden en zoo aangehouden, ik zou en moet getuige zijn van haar Simge en. kommen felici-

Sluiten