Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles te gelde maakte, had hij toch nog niet genoeg om wat voor zichzelf te beginnen. In *t kleinste zaakje ging dadelijk een paar duizend gulden zitten. Als hij eens naar Ricardi ging ? Die moest het zoo goed gaan. Die had een zaakkie an de hand, wat wist men niet, maar hij smeet tegenwoordig met de rijksdaalders.

Of-ie gelukkig gespeeld had, of een loterij had getrokken . . . Ricardi had hem altijd graag mogen lijen. De man had een slechte ziekte en hij had zijn vrouw en zijn winkeljuffrouw ongelukkig gemaakt. En toch had Nathan hem altijd een goeien kerel gevonden. Nooit van de hoogte af had-ie hem behandeld. En royaal als t er op aan kwam. Hoe dikwijls was-ie al niet bij Ricardi geweest met een inteekenlijst voor een weduwe, voor een zieken huisvader, voor een matsebedeeling. Nooit was-ie bij Ricardi met leege handen weggegaan. Voor «Israël en Oranje > had-ie hem zoowaar een tientje gegeven. Zonder moeite. «Mijnheer Ricardi, ik kwam bij u voor een liefdadig doeleinde. Leest u hier eens, wat op deze lijst is neergeschreven.» „Staan alle notabelen er op ?" had Ricardi gevraagd. „Allemaal!" A. C. en Gompertz en Mey en Rosenthal?" „Precies gerajen." „Goed, zet mij er dan ook bij, maar voor 't dubbele van A. C. En hij had hem zóó een tientje gegeven, zonder de lijst in te zien. Zoo was-t-ie. Niet aan 'n centje gebakken. Dat is een groote deugd. Zoo zijn er weing. Bij Vlissingen had-ie nog nooit een cent voor een weldadigheid kunnen loskrijgen.

Eens was-ie bij hem geweest voor een weduwvrouw, die met acht kleine kinderen was blijven zitten. Hij had hem gevraagd op de lijst voor een kwartje te teekenen. Had-ie gezegd: „Als zoo n wijf acht kinderen in de wereld kan zetten, mot ze vooruit zorgen, dat ze voor acht kinderen te eten hèt." — Wat een antwoord. Wat een écht, vuil antwoord. As nou alle menschen zoo-is redeneerden r Waar moest de liefdadigheid dan blijven ? Men wil toch zich in zijn leven met wat de sappel maken. En was er een mooiere liefhebberij dan de liefdadigheid ? Toch beter dat men zijn vrijen tijd besteedde om met een liefdadige lijst rond te gaan, dan dat men in 't koffiehuis zat of biljartte. Maar bij Ricardi was hij altijd welkom geweest. Die zou hem ook nu helpen. Al was t maar, dat hij een plaatsje als bediende kreeg . . . Dan zou

Sluiten