Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grap school in de waarschuwing in 't bargoensch van de slimme huishoudster, dat door de inbrekers niet was verstaan en voor een Hebreeuwsch gebed gehouden.

Dat rijmpje zou hij Richardi seinen. Hij schreef het onder het «Hier groot gevaar» en onderteekende, zinspelend op de gouden bruiloft waar hij met Ricardi ceremonie-meester was geweest: «De toovernaar met de pop van juffrouw Zadoks.»

Vlug liep hij, verheugd met zijn goede vinding, naar het telegraaf kantoor, liet het telegram door een jongetje, dat daar met een ander postzegels stond te kwanselen wegbrengen,, wachtte tot de jongen met het geld terugkwam en gaf hem een dubbeltje fooi.

Maar nu hij terugliep, thans de Kalverstraat ingaande, voelde hij zich toch wat bevreesd. Als 't eens uitkwam, God in den Hemel, hij, Nathan Souget, als medeplichtige in de gevangenis... Neen, hij zou zich er wel uitpraten. Kom, hij wist toch niets van Ricardi. Hij zou, als hij voor den rechter kwam, zeggen, dat hij door een gijntje den armen Ricardi had willen troosten bij de droeve gebeurtenis van 't afsterven van zijn vrouw. Maar wie zou ooit te weten komen, dat hij dat telegram had afgezonden ?

Met een schok stond hij stil. Hij had zijn ruiker violieren op de toonbank in den winkel van Ricardi vergeten.

«O God ... o Schemang Jisroèl. . . het ongeluk wil mij. Daar laat ik om zoo te zeggen mijn adreskaartje achter. . . O God ... als ik nu de blommen nog maar terug krijg. Kom, kom, zoo bang hoefde hij niet te zijn. Hij kon zeggen, als de rechter 't hem vroeg, dat hij die blommen voor de winkeljuffrouw had gekocht. . . om haar een cadeautje te maken . . . maar als dan werd gevraagd, waar hij ze had gekocht... en dan kwam de moeder van Roosje voor 't gerecht en zou zeggen, dat hij ze gekocht had voor de receptie . . . Roosjes moeder mócht dat niet zeggen ... Ze moest desnoods een valschen eed doen . . . om hem te sparen . . . Hij zou dan met Roosje trouwen . . . D'r eigen schoonzoon zou ze toch niet in de gevangenis willen brengen ?. . .

Toen hij, terwijl hij klam was van t angstzweet, weder dicht bij Ricardi's winkel kwam, zag hij dat er opnieuw huiszoeking

Sluiten