Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd gedaan. Want er stond een rijtuig voor de deur en een mijnheer, die zeker van de politie was, schelde aan.

Nathan wachtte tot opengedaan werd, liep toen naar de deur.

«Ik geloof, dat ik mijn bloemen hier heb laten legge!»

«Ja, op de toonbank,» zeide de juffrouw.

Nathan wilde de bos violieren wegnemen maar de rechercheur in politiek, die hem bleek en zenuwachtig zag, vroeg:

«Bent u hier bekend?»

«Wat een vraag, of ik hier bekend ben? Natuurlijk ben ik hier bekend. Maar ü bent mij niet bekend. Wie bent u?»

«Ik ben belast met de bewaking van dit huis. Als u dit ziet, weet u zeker genoeg?»

De man toonde Nathan een penning, die hij aan een lint onder zijn jas droeg.

«U zegt dus dat u hier bekend bent. Hoe is uw naam.»

«Nathan Souget, president van de liefdadigheidsvereeniging Israël en Oranje!»

«Heeft u mijnheer Ricardi gekend?»

„Van zijn beste zij. Zoo dikwijls ik 'm wat voor een wees of een weduw gevraagd heb, heit-ie gegeven."

„Is 't u bekend, waar de heer Ricardi op 't oogenblik is."

„De juffrouw hier vertelde mij voor een uur geleden, dat-ie zijn vrouw is gaan begraven te . . . waar is 't ook weer juffrouw? Daar ergers ver achter in Duitschland."

„In Aken," zeide de juffrouw.

„Weet u ook wanneer mijnheer Ricardi daarheen is vertrokken?" vroeg de réchercheur kalm.

„Wat vraagt u mij ? Wat heb ik met die geschiedenis te maken. Laat u mij met rust. Ik mot naar een receptie."

„Wanneer heeft u mijnheer Ricardi voor 't laatst gezien?"

„Dat is al een groote drie weken geleden."

„Bent u familie van 'm?"

„Jawel. . . van Adamswege. Verder niet. Ik heb de eer."

Met zijn bloemen liep Nathan de deur uit, herademde buiten.

„Goddank, daar was hij netjes doorheen geslipt. Mijn hart hèit me stilgestaan, toen-ie mij ondervraagd heit. God bewaar iemand om in politie's handen te vallen. Dan is het uit. Wat een geluk, wat een geluk, dat ik Ricardi nog gewaarschuwd

Sluiten