Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen zijn. Die man draagt een 46 en moet 48 hebben. Alles te klein; de mouwen te kort, de broek te kort en te nauw ... hij kan zich bijna niet in zijn phakkie bewegen . . . Als ik denk aan wat Ricardi eens gedaan heit, bij de uitverkoop. Die vrouw met 'r touwtje. Had een touwtje van twee el lengte, dat was de maat van de broek van 'r man. Zoo'n lange broek moest ze hebben.

Haar man was zoo'n lange. De heele stad was ze afgeloopen om een broek met pijpen van twee el te krygen en nergens was ze terecht gekomen. Zoo'n broek moest angemeten worden, hadden ze overal gezeid. Toen Ricardi het touwtje genomen en gezegd, 'k hoor het 'm nog zoo zeggen, vrouwtje, je valt hier met je neus in de boter. We hebben nog net één zoo'n langen broek. En toen Ricardi een broek genomen en onder de toonbank stilletje twee verl van het touwtje afgeknipt en het touwtje op de broek gelegd. Ziet uwé. Precies uw maat.

De prijs is tien guldentjes. En de vrouw betaalt, blij met de broek . . . Goochem, goochem, die Ricardi. En de lol, toen de vrouw wegging. En toen den volgenden dag terug, met een blauw oog en een groene vlak op 'r voorhoofd, nebbiesj zoo had 'r man haar geslagen en d'r man mee, een kereltje van zeven voet en Ricardi had 'm gevraagd, of-ie 't boven in de wolken niet koud had met zijn hoofd en toen volgehouden, dat 't touwtje niet langer was geweest en nagemeten met het zelfde touwtje en toen had die lange kerel zijn vrouw voor tstomme doerak!» uitgemaakt, maar 't end was geweest, dat 'm een broek was angemeten voor vijftien gulden, want geld teruggeven werd natuurlijk niet gedaan . . .

Een goochem die Ricardi! Maar met als zijn gochme had-ie toch niks. Stond op de nominatie naar 't Rooie Dorp te gaan ...

Tegen half twee wandelde Nathan naar den winkel van David de Leeuw.

«De tijd is me omgevlogen,» dacht hij. «Dat is, als iemand een hoofd heit dat werkt, zooals ik. Ik verveel mij nooit. Ik kan een dag ook zitten en me ankijken de menschen op straat en zien an een ieder zooveel, dat ik ken lachen en huilen, al naar ik wil. Op mijn zal ook wat te zeggen zijn, as een ander mijn ziet.»

Sluiten