Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat kan," antwoordde Nathan, nu geheel tevreden. „Ik zal u zeggen, ik ben vanmorgen een beetje vroeg van huis gegaan en heb niet in de bus gekeken ... 'k Had zoovéél an me hoofd..

En om zijn patroon schadeloos te stellen voor 't onverdiende verwijt van zooeven:

„Zegt-u mij is, waar is uw oude vrouw ? Ik wou 'r ook even gaan wenschen. Gekheid ze is toch de grootmoeder en een oud mensch mót men respecteeren ..."

„Ze is boven!" zei De Leeuw, fluisterend en Nathan meetrekkend naar 't buffet. . . „Ga maar het trapje op, rechts. Dank je hoor, dank je hoor Nathan . . . mijn dochter trouwt daar een christ, maar daarom ik zeg je toch jij hebt een braaf Jiddisch hart . . . sjüüt ... ga maar stil naar boven ... en hier . . . neem dat mee, jij hebt toch zelf ook nog niks gehad . . . voor 't oude mensch boven."

Hij verborg Nathan met zijn lang lichaam, duwde hem tersluiks een grooten zak met taartjes in de hand, trok de deur open, liet hem naar boven sluipen.

„Gaat het goed met jou memmele ?"

«God zij dank ... ja patroon . . . Nogmaals geluk gewenscht patroon ...»

De Leeuw was al weer in de kamer vol feestgerucht.

Nathan Souget, snel den zak openend, keek er in, zag de roomtaartjes slap op elkaar liggen.

«'t Feliciteer mijzelf,» dacht hij, zacht-bedachtzaam de trap op loopend, opdat de treden niet zouden kraken. «Hoe heb ik mij daar doorheen geslagen! Leverkleurige slobkoussies koop ik me en niet een, een heel dozijn witte vesten tegelijk.»

En met één lustigen, overmoedigen tik klopte hij tegen de deur van de bovenkamer, waar 't weggestopte grootje zich mokkend aan advocaat zat te bedrinken.

Sluiten