Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een duivelin was; ik heb je nu leeren kennen als een engel.»

Hij had haar handen gegrepen en ze gekust, altoos door en zij liet hem begaan, had op haar gelaat dien glimlach van zelfvoldoening, van een vorstin, die door haar volk toegejubeld wordt.

«Je weet dus goed, hoe je handelt. Ik doe alsof ik er voor ben. Bertels ook. Maar jij begint je terug te trekken en laat het op 't laatste oogenblik afspringen.»

«Begrepen!» lachte hij, naar heur opziende met oprechte bewondering.

Te Amsterdam had ze geëischt, dat ze, vóór ze tot de associatie overging, de boeken der vennootschap moest inzien.

Dietrich maakte bezwaren. Bertels beloofde, dat Dietrich zijn boeken wederkeerig mocht inzien. Dietrich bleef weigeren. Zij begreep uit die aarzeling, dat haar reis naar Berlijn haar den juisten kijk op de zaken had gegeven. Eindelijk stemde Dietrich toe.

Bertels zag, als geoefend koopman, bij den eersten oogopslag, dat Dietrich hem schijnboeken onder den neus duwde, haastig gemaakt voor de gelegenheid. Het nieuwe papier, de onverbleekte inkt, de weinige vergissingen en doorhalingen, zeiden hem genoeg.

Hirscfeld hield zich aan de afspraak en het plan sprong af.

Maar nu begon de concurrentie met verdubbelde woede. Zij was onverbiddelijk, voelend dat het met Dietrich und Cohn op 't einde liep en zij voorspelde Bertels het naderend einde, vroeg 's morgens aan 't ontbijt schertsend of Bartelkamp en Hoenders nog niet op de faillissementenlijst stonden.

Zij had de zaak van haar vader weder geheel er op gewerkt. Echter zij hield er niet van, dat hij dikwerf haar grooten winkel bezocht. Maar Stijntje. heur moeder, zag ze graag, beklaagde haar, omdat ze geen jeugd had gehad, vond er haar genot in, heur moeder voornaam en chic te kleeden.

Ze had David de Leeuw met Vellekooper daareven zien aankomen en was dadelijk opgestoven.

«Daar komt vader aan met dien tuchthuisboef!» zei ze schamper tot Everdine, Vellekooper dadelijk herkennend. «Die vader van ons blijft altijd dezelfde. Dacht je, dat hij ooit met iemand, die méér is dan hij, bij je zou komen. Altijd blijft hij bij dat schorum. Daartusschen is hij de groote man. Je zult zien, dat hij die man weer in de zaak wil halen. Als ik zijn zin ge-

Sluiten