Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. YV. Heineken, de schrijver van twee bekende verhandelingen over kerkrechtelijke onderwerpen *), is dan ook niet goed te spreken over dat onjuridische geschrijf over juridische onderwerpen: „Zulke stellingen", zegt hij, „mogen aan handboeken over kerkrecht overgelaten worden, die volkomen gerechtigd zijn op kerkelijk terrein te verdedigen wat hun goeddunkt. Maar brengt men ze over op staatsrechtelijk of juridisch terrein, dan kan men met zulke beweringen niet voor den dag komen". 2) Sedert Mr. Heineken deze woorden neerschreef, is er heel wat op kerkelijk gebied gebeurd, en heeft nog menig geschrift het licht gezien, dat ze is komen bevestigen en waarin een wetenschappelijke vrijmoedigheid zoo hoog boven het menschelijke denken en de aardsche feiten culmineert, dat men zich amper tot critiseeren in staat voelt en zich bepaalt tot een aanwijzing van de plaatsen, waar het gewone denken en waarnemen en dat van den auteur verschillende wegen inslaan.

Deze zonderlinge geschriften maken het bestudeeren van het geestelijke- en kerkelijke goederenrecht er niet aangenamer op. En daar komt nog bij, dat de band tusschen de geestelijke en kerkelijke goederen en de religie, gepaard aan het feit, dat ieder zich in de onderhavige quaesties eenigszins als partij voelt, den strijd der meeningen in het teeken van het odium theologicum met een hartstocht doet voeren, die de partijen zelve steeds verder van elkaar verwijdert en ook voor derden de kennis der waarheid niet vergemakkelijkt. De vreemdste strijdmiddelen worden gebruikt; 3) men meent veeleer verzeild te zijn ln een geanimeerd „politiek" debat dan de behandeling van

1) De Staat en het Kerkbestuur der Nederlandsch-Hervormden sedert het herstel onzer onafhankelijkheid, ac. pr. Leiden 1868.

De rechtstoestand der Kerkelijke Goederen bij de Hervormden. Amsterdam 1873.

2) De Rechtstoestand etc. p. 90.

Bedoeld wordt de stelling, dat een K. Besluit voor andere K. Besluiten de rechtsgrond kan zijn.

3) Een vermakelijk staaltje hiervan levert de bestrijding door Mr. Star Numan (Protestantsche Bijdragen, iste Jaargang, 3de en 4de stuk) van de beschouwingen van Mr. W. Heineken in zijn ac. proefschrift gegeven.

Cf. Mr. Heineken, De rechtstoestand etc. p. 95 noot 2, waar hij het betoog van den Heer Numan gemoedelijk als „Phantasie en geen ernst" qualificecrt.

Sluiten