Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als momber en voogd van Willem van Ysendoren confereerde de fundateur zelf met wil en consent van zijn schoonvader deze vicarie („gegont ende gegeven", zeide hij). Waarna hij den Bisschop verzocht „dese vorss. cappellerie met allen eerven ende renten ende goeden, die dair nu toe gegeven zijn of namaels toe gegeven moegen worden, te willen mortificieren, believen ende consentieren" en den kapelaan te willen „institueren".

Reeds een paar maanden vroeger (5 Augustus 1468) was door Gheertruyt van Ysendoren een halve hoeve land in Neerlangbroek ten behoeve dezer vicarie gegeven („soe geff ick ter eren Gods", zeide zij), en was door haar aan haar neef Wouter v. Y. verzocht, dat hij dit land wilde „ordiniren end stellen ter eren Gods tot behoef? der cappellen van Starkenborch voor hem ende sinen nacomelinge van Starkenborch als testamentoers der cappellen, om den dyenst Gods dair mede te mogen verbreyden"; en was door haar verklaard: „ende wy willen, dat dit vast end ewich end stadich sal bliven, soe gheven wy dit gheel end al over ghelickerwijs als hier bescreven staet".

Den 23sten November van hetzelfde jaar volgde de confirmatie van bisschop David van Bourgondië: „fundationem, dotationem et erectionem eiusdem cappellanie sive perpetue vicarie" „ratificamus, approbamus et in Dei nomine confirmamus"; „cappellaniam sive perpetuam vicariam in titulum beneficii ecclesiastici erigimus et bona ad illam in dictis litteris assignata et in posterum assignanda de cetero fore et esse ecclesiastica decernimus et sub ecclesiastica libertate tuenda".

Nog een derde voorbeeld vinde hier zijn plaats x).

Den i6den Februari 1506 verklaarde Sibilla van Rynesteyn, weduwe van Geerlofïf van Vorselaer, dat zij „ter uyterste begeerte" van haar „lieve man en bedgenoot" met haar „vryen moetwille en met voorbedagten rijpen rade, en met gesonder harten" had „gesticht, getimmert, gefundeert, gedotieert en opgericht" „een autaer en vicarie in den gestichte kerke van Wijk by Duurstede" ter eere van de H. Drievuldigheid, de

I) Rijksarchief te Utrecht. Inventaris der archieven van de kapittelen en kloosters, no. 86 L.

Sluiten