Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beide soorten van goederen toch waren het voorwerp der dotatie, een ondubbelzinnig begrip.

Het verschil tusschen de kerk en het pastoraat was dit, dat de eerste niet, het tweede wel tot beneficium ecclesiasticum werd gestempeld, en dat het kerkgebouw zijn goederen niet, de pastoriegoederen wel tot bona ecclesiastica werden gemaakt i), over dit laatste punt echter meer bij de mortificatie.

Welke bevoegdheden de stichter eener kerk had omtrent de door hem als dos uitgegeven goederen, werd geregeld in het patronaatrecht 2), een ius sui generis, dat, gelijk ik reeds opmerkte, o. a. verkregen werd ipso iure door de fundatie en dotatie eener kerk, en dat den gerechtigde, behalve andere rechten als de benoeming en presentatie van den pastoor, wier behandeling hier niet ter plaatse is, zeker toezicht op het bestuur van de goederen der door hem in het leven geroepen stichtingen toekende, dat nader in den stichtingsbrief kon ^.ijn geregeld 3), en bovendien — en dit is hier van gewicht de bevoegdheid, om als hij tot armoede was vervallen uit de door hem geschonken goederen alimentatie te vorderen 4). Dit laatste vooral wijst er op, dat de reeds op de aangevoerde gronden als irrationeel te verwerpen meening, dat de patroon eener

1) Wel werden kerken en oratoriën gewijd (consecratio of dedicatio), doch dit is geheel iets anders, v. E., II. II. I. IV. Cf. Hinschius 1. c. II. pp. 623, 624 noot 6. Richter-Dove 1. c. p. 1106, noot 2. Meurer, 1. c. vooral dl. II. Mr. Dohman, 1. c. pp. 33 sqq. Met de eigendomsquaestie heeft de consecratie of benedictie niets te maken.

2) Cf. Richter-Dove 1. c. pp. 571, 572>

3) v E , II IV. III. VI. § 13. „Nee tantum pensionem aliquam sibi et successoribus reservare potest Fundator,' sed et leges quasdam fundationi apponere, earumque observantiae atque rerum a se collatarum conservationi invigilare, totiusque fundationis curam agere: quemadmodum jam pridem Patres et signanter Concilii

Toletani IV et IX agnovere".

4) Cf. v. E., II. IV. III. VI. §§ t, 2J blijkens § 4 zeide de Bisschop, „facta

Ecclesiae conse'cratione", tot den fundateur: „grata recordatione Ecclesia Fundatoris piam liberalitatem recognoscit", voor het geval hij of zijne erfgenamen in armoede kwamen te vallen.

De stichter kon zich zelfs bij de stichting der ke.k zich zelve,, of derden een jaarlijksche uitkeering reserveeren „etiam extra necessitatis casum": H 10, en ook kon hij bedingen, „quod fructus Ecclesiae, quando eam vacare contigent, cederent Patrono": § 12.

Sluiten