Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan geestelijken werden begeven; het „in titulum" bezitten ervan werd verboden, daar de inkomsten zoodoende door de geestelijken ten eigen bate werden aangewend; alleen „in administrationem" mochten zij bezeten worden, door leeken, daar er enkel op deze wijze een waarborg bestond, dat de „pretia peccatorum et alimenta pauperum et thesaurum coelo recondendum" niet ten koste hunner bestemming in de zakken der bezitters verdwaalden x).

De gewone stand van zaken was dus voor hospitalen dezelfde als voor kerken; het waren wereldlijke stichtingen, die wegens de daaruit voortvloeiende misbruiken niet dan bij uitzondering tot beneficia ecclesiastica werden verheven, zoodat hare goederen geene bona ecclesiastica in den technischen zin des woords waren.

In de derde plaats dient nog het een en ander van de kloosters te worden gezegd.

Voor de stichting van een klooster werd door het Canonieke recht het verlof en de goedkeuring van den Bisschop gevorderd 2); een voorbeeld van het tot stand komen van een klooster ga vooraf, derhalve bestaande uit drie acten: die waarbij door den Bisschop het verlof werd verleend; de fundatiebrief zelf; en de bisschoppelijke acte van goedkeuring der stichting 3).

Den ióden Mei 1382 gaf Bisschop Flcris een acte, in welke hij verklaarde, dat door Reynoldus Minebode en zijn vrouw Sophie, nadat hun verlof („licentia") verleend was om een „oratorium" te fundeeren in hun huis Eemsteyn in de parochie van Eemkerk in Zuid-Holland gelegen en aldaar een „collegium canonicorum Regularium ordinis Sancti Augustini" in te stellen („instituendi"), met toestemming van den Aartsdiaken en het kapittel van St. Pieter te Utrecht4), „ad quos Ecclesia

1) v. E., II. IV. vi. I. H 17» i8- II- iv. VI. IV. 5 22.

2) v. E., II. II. I. I. j 3; en I. XXIV. III. § 1.

Dat ook de wereldlijke Overheid omtrent het tot stand komen van kloosters het hare te zeggen had, spreekt van zelf. Cf. v. Espen, I. XXIV. III. $§ II sqq.

3) Catalogus van het Archief van het Kapittel van St. Pieter te Utrecht no. 247. Rijksarchief te Utrecht.

4) De Aartsdiaken had zijn consent den loden en het kapittel van St. Pieter

den I2den Mei 1382 verleend.

Sluiten