Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tweede vraag gold het rechtskarakter der amortisatie van de tot een geestelijk benefice behoorende goederen.

Wat deed de Bisschop, wanneer hij de goederen van een lichaam, dat hij vergeestelijkte, tot „bona ecclesiastica" maakte? Dit is de vraag die beantwoord moet worden.

De woorden van het formulier *) waren niet altijd geheel dezelfde, zooals uit het op p. 21 meegedeelde blijkt; juist de woorden „fore et esse ecclesiastica" kwamen er niet constant in voor; in het door Mr. Muller gegeven formulier immers volgde op de bekrachtiging der fundatie en dotatie en de verheffing der vicarie tot geestelijk benefice, ten opzichte der goederen enkel een „admortisamus et ecclesiasticae ascribimus libertati". Aan een zakelijk verschil kan hier echter niet worden gedacht. „Fore et esse ecclesiastica", „ecclesiastica libertate tuenda", „ecclesiasticae ascribimus libertati", het waren niets dan drie zegswijzen voor één en dezelfde gedachte. Welke was deze gedachte echter? Om deze vraag richtig te beantwoorden, moet men eerst weten, wat van den Bisschop werd gevraagd; het ligt immers voor de hand, dat niet iets anders werd gegeven dan de verzoeker wenschte.

Of de fundateur dan niet iets aanbood, in stede van iets te verzoeken? Geenszins. Dit is het juist wat men wèl in het oog dient te houden; de fundateur deed aan den Bisschop geen offerte, die door dezen kon worden aangenomen, maar hij richtte tot hem een vraag zonder dat daaraan het doen van een aanbod voorafging.

Een stichtingsacte is geen halve rechtshandeling zooals een aanbod, zij is in zich zelve perfect; zelve roept zij zeker rechts-

1) In zijn Ac. Pr., Specimen historico-juridicum coniinens inquisitionera in indolem et historiam bonorum vicariarum in Belgio (Utrecht 1857), deelt Mr. F. C. W. Koker op p.'4 mede, dat de vicariegoederen door de bevestiging en de amortisatie „het eigendom der kerk" werden, hetgeen „duidelijk" zou blijken „uit het gewone bevestigingsformulier". Het door hem afgedrukte formulier, dat niet op de eventueel nog te schenken goederen doelt maar enkel op de in den stichtingsbrief genoemde, spreekt er evenwel met geen woord van.

Mr. K. heeft het door hem op p. 5 noot 1 afgedrukte citaat verkeerd begrepen; daar wordt enkel gezegd, dat zonder confirmatie door den Bisschop de goedere 1 „bona temporalia" bleven; de eigendomsquaestie staat er geheel buiten.

Sluiten