is toegevoegd aan uw favorieten.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde en het neutrale recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus in de doode hand gebracht of — het woord genomen in ruimen zin — gcmortificeerd goed was, maar dat het eerst „gemortificeerd" werd doordat het officium tot een geestelijk beneficium, in casu een vicarie, werd verheven, en dat mortificatie een handeling van den Bisschop was. „Mortificeeren" werd alzoo in vrijwel denzelfden zin verstaan als vergeestelijken, en dit geschiedde, als een stichting tot geestelijk lichaam werd verheven door den Bisschop, waardoor de goederen de geestelijke emuniteit verkregen.

Mortificatie (in den engen zin des woords) was dus een handeling der geestelijke Overheid.

Later is hierin verandering gekomen; wel bleef ze een Overheidshandeling, doch niet van de geestelijke maar van de wereldlijke Overheid ging ze uit *); deze toch eischte, dat haar goedkeuring verkregen was, opdat door eenig geestelijk lichaam onroerende goederen verworven . konden worden of in het algemeen door eenige zgn. „manus mortua". Niet alleen dus de eigenlijke geestelijke lichamen, de stichtingen en corporaties, die door den Bisschop uitdrukkelijk als zoodanig waren verheven en onder de kerkelijke bescherming genomen waren, maar in het algemeen alle religieuze en pieuze fundaties schijnen bedoeld te zijn geweest2), het IJhorstsche officium b.v. zoo-

1) Cf. Richter-D. 1. c. pp. 1088 sqq.

Voor het edictum perpetuum van Karei V. d.d. 19 October 1520 cf. v. E. I. XXIX. III. §§20 sqq., en over vroegere wetten I. XXIX. III. § § 16—19, 22 en IV. §§ 2, 3.

2) \ an Espen (I. XXIX. III. § 23) deelt met instemming de verklaring door Pecquius (Tractatus de Amortizatione, Cap. 2) aan den term „manus mortua", voorkomende in het edictum perpetuum van Karei V van 19 Oct. 1520, gegeven mede, «pro intellectu hujus Carolinae": „Ecclesiam, civitatem, collegium sive illud quodcumque Corpus, vel Ecclesiasticum, vel seculare, quod bonorum capax est"; »quod quemadmodum morientis hominis manus, id quod comprehendit, firmissime conclusum tenet, neque facile remittit: sic etiam, quidquid Ecclesia seu Corpus istiusmodi semel accipit, non nisi magna cum difficultate et solemnitate in commune hominum commercium remittit, sed accumulando conservat".

Cf. § 24: de overgang der goederen moet geschieden „corpori ut corpori"; heeft ze plaats aan de ertoe behoorende individuen, dan is er geen overgang_an manum mortuam; als er b.v. goederen gelegateerd worden aan de armen eener stad of eener parochie, is er geen manus mortua beschonken, cf. Koker 1. c. p. 18. Ct. ook du