Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel vóór als na zijn eventuecle verheffing tot vicarie en mortificatie zijner goederen; de ratio legis bracht dit ook mede, daar b.v. stichtingsvermogen, onverschillig of de fundatie van wereldlijken dan wel van geestelijken aard was, eo ipso aan den overgang krachtens erfrecht onttrokken was en zoodoende ophield die baten aan den fiscus te leveren, die deze getrokken zou hebben, als het in particuliere hand gebleven ware; terwijl ook voor de hospitalen en armenkassen de verplichte amortisatie gold, die toch in den regel geene eigenlijke geestelijke lichamen waren, terwijl echter ook de goederen van deze evenals de geestelijke goederen in den strikten zin des woords van belasting waren vrijgesteld i); de opheffing van de taxabiliteit der goederen door de Overheid nu was het juist, die haar de amortisatie van harentwege deed vorderen -).

De wereldlijke Overheid kon wel de goederen mortificecren, in de doode hand brengen, of toelaten dat zij in de doode hand gebracht werden 3), maar hun het karakter van geestelijke goederen in den engen zin des woords verkenen, ze onder het geestelijk recht, den geestelijken rechter, de bescherming der

Cange, i. v. Admortizatio: „Praediorum translatio in manum mortuam, seu praediorum acquisitio facta a Monasteriis et Collegiis religiosis, vel etiam Laicis".

Dit neemt evenwel niet weg, dat het in de eerste plaats de bona ecclesiastica , de door geestelijke lichamen bezeten goederen waren, die ten gevolge van de hun van rechtswege toekomende immuniteit (vrijdom van lasten) de aanleiding waren tot de beperking door de wereldlijke Overheid van het in de doode hand geraken van onroerende goederen. Cf. v. E., I. XXIX. III. § 15, II. IV. IV. n- $ $ 33. 34-

1) Cf. Richter-D. 1. c. pp. 1108, 1109, 1112.

„Unter den Begriff der kirchlichen Sachen steilte die altere Doctrin ohne nahere Unterscheidung auch die im Eigenthume der frommen Stiftungen (piae causae) betindlichen Güter (res religiosae), weil sie unter der Aufsicht der Kirche standen und mit den Giltern derselben nach gleichen Grundsatzen beurtheilt werden".

„Stiftungen überhaupt und piae causae fielen im Mittelalter nahezu zusammen und ïhr kirchlicher Charakter konnte als "Regel nicht bezweifelt werden".

„Das Vermogen der (kirchlichen oder weltlichen) piae causae hat die Rechte der Kirchengüter".

2) Cf. v. E., II. IV. IV. II. $ 16.

3) Amortizatie kreeg zoodoende de beteekenis van „indulgentia, dispensatio, et concessio facta iis, quos manus mortuas vocamus, bona immobilia acquirendi et possidendi." v. E., I. XXIX. III. $ 25.

Sluiten