Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

decimis bonis et omnibus eius attinentiis perpetuo cedat in usus dicti Capituli", behoudens een aan den „custos" en den „campanarius" van de St. Pieterskerk uit die goederen uit te reiken vaste uitkeering, terwijl het voorts heette: „et ordinabit de ecclesia de Amerunghe in perpetuum et de bonis eiusdem ecclesie et decimis tam maioribus quam minoribus .. . libere ordinabit"; na het overlijden van den fungeerenden „vicarius" van Amerongen zou aan het kapittel toekomen („pertineat") de „institutio vicarii in eadem ecclesia", onder de verplichting dezen vicaris uit de tienden en goederen „ad eandem vicariam pertinentibus" een naar des kapittels schatting behoorlijke bezoldiging uit te keeren.

Hier werd dus de thesaurie van St. Pieter met de daaraan verbonden kerk van Amerongen geruild tegen het Devcntersche veer.

Een ander voorbeeld, ten bewijze dat de incorporatie eener kerk inderdaad de pastorie en niet de kerk tot voorwerp had en dat de pastorie (ecclesia) als een winstafwerpende onderneming werd beschouwd, wordt geleverd door een in 1513 tusschen het kapittel van St. Pieter en een zekeren Hartman, priester, betreffende het bedienen van de bij het kapittel geïncorporeerde kerk van Tricht gesloten contract *).

Hierbij werd „die kercke van Tricht" „verpacht" op de volgende voorwaarden: heer Hartman zou „die voirscreven kercke bedyenen usque ad revocationem capittuli", innen „alle die renten van der kercke voerseyt, seker ende onseker, lant tynsen ende memorie 2), die totter voerscreven kercke staen", en „bedyenen die kercke", als een goed priester schuldig was te doen. Het pastoriehuis met bijbehooren, „toebehoerende die papeliche proven", kwam wat het onderhoud betreft, ten laste van den pachter; het kapittel bedong er voor zijne leden of gedeputeerden vrij logies, den kost niet inbegrepen. Voor het bedienen der kerk' verbond de pachter zich, jaarlijks aan

1) Mr. Muller, 1. c. bijlage 16 in de „Oorkonden aangaande de kerken van Buurmalsen en Tricht."

2) D. w. z. „de belooning der in de kerk gestichte en door hem te verrichten zielmissen". Mr. Muller 1. c. p. 366.

Sluiten