Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag omtrent deze goederen van geen beteekenis zijn, ja zelfs het eigendomsrecht op deze van den met de kerk begiftigde uitsluiten. Thans wil ik nog nader stil staan bij de gevolgen der incorporatie ten opzichte van de pastoriegoederen.

HOOFDSTUK IV.

Vervolg. Gedeeltelijke en volledige incorporatie

van kerken.

Er was tweeërlei incorporatie !).

1. De „incorporatio quoad temporalia et quoad spiritualia .

2. De „incorporatio quoad temporalia", veelal het privilege der congrue portie geheeten.

Waarin bestond het verschil tusschen deze beide schenkingen?

Tot juist verstand van beide zij in herinnering gebracht de ter zake van een kerkschenking gegeven tegenstelling van kerk en altaar, met behulp van welke de schenking en de uit deze voortvloeiende rechtstoestand geconstrueerd werd 2); tevens bedenke men, dat de kerkschenkingen, die door het geestelijke gezag werden gedaan, schenkingen waren van een beneficium ecclesiasticum, in casu van de pastorie. Hieruit nu is duidelijk, dat onder „temporalia" of „ecclesia" verstaan werd de vermogensrechtelijke zijde van de pastorie, d. i. van het drijven der kerk, en dat „spiritualia" of „altare" de naam was voor de pastorie, het drijven der kerk, van haar geestelijke, herderlijke zijde bezien 3). Derhalve, wie met een kerk begiftigd werd, kon meer of minder recht hebben, naar gelang hij èn

1) Van Espen (Dissertatio Canonica etc., II. § 1) onderscheidt in navolging van Panormitanus 5 soorten van incorporatie, waarvan alleen de twee laatste tot de eigenlijke kerkschenking behooren. Cf. Hinschius 1. c. II. 44^' sqq. Behalve de in den tekst genoemde 2 soorten noemt hij nog de incorporatio plenissima, waardoor de geschonken kerk aan de jurisdictie van den Bisschop onttrokken werd.

2) Cf. pp. 6l sqq.

3) Cf. Hinschius 1. c. II. p. 447-

Sluiten