Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door deze incorporatie werd dus een uitzondering gemaakt op het algemeene verbod van bediening eener kerk in persoon of door een lossen priester i), m. a. w. op het beginsel, dat incorporatio quoad temporalia regel was; ze beteekende een verwerping van de splitsing van kerk en altaar, wat de wetenschappelijke constructie en een verruiming van het object der schenking wat het recht zelf» betrof; door haar kwamen de presbyteri conductitii ad nutum amovibiles weder in eere.

In de incorporaties van de kerken van Malsen en Tricht (24 Oct. i5°7) hebben wij kennelijk een paar voorbeelden van volledige incorporatie; immers de Bisschop gaf aan het kapittel van St. Pieter, aan hetwelk ze werden geschonken, het recht ze te doen bedienen door „vicariis ... ad nutum ... amovendis", aan wie het kapittel zelf de institutie zou geven („per eosdem decanum et capitulum rite instituendis") de zielzorg inbegrepen 2).

Wat de temporalia aangaat, tusschen de volledige en de gedeeltelijke incorporatie bestond in dit opzicht geen verschil 3); behoudens de verplichting van den bezitter eener quoad temporalia geïncorporeerde kerk, om den vicarius perpetuus een behoorlijke bezoldiging uit te keeren, ter beoordeeling van den rechter, welke verplichting echter niet wegnam, dat de temporalia geïncorporeerd waren, ja zelfs in deze incorporatie haar reden van bestaan had i). Het verschil bestond in het recht

1) Cf. p. 64.

2) Den 5den Apr. 1508 maakte het kapittel van dit zijn recht gebruik; de pastoor van Malsen stond zijn benefice in handen van het kapittel af, dat dus ïechtens het pastoraat van Malsen verwierf, en werd door het kapittel als vicaris aangesteld; bij deze aanstelling werd geen gebruik gemaakt van de bevoegdheid een lossen priester aan te stellen, daar de oude pastoor aangenomen werd als „vicarius et rector perpetuus''; maar wel beperkte het kapittel zich niet tot het geven van collatie, het institueerde tevens, opende hem den toegang tot het „altaar": „in et ad eandem ecclesiam propter Deum prefeceruut et instituerunt, curam animarum et custodiam reliquiarum ejusdem in Dei nomine sibi committentes, ita tarnen quod eandem personaliter regat et gubernet, seu per alium ydoneum poterit et debebit regi gubernari et laudabiliter eidem in divinis deserviri faciat, recepto prius ab eodem fidelitatis et obcdientie solito juramento". Mr. Muller 1. c. bijlage 15 in de „Oorkonden aangaande de kerken van Buurmalsen en Tricht".

3) Cf. Hinschius 1. c. II. p. 452.

4) Cf. Mr. Muller 1. c. p. 211.

Sluiten