Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tatis ct installatis cum solempnitatibus in talibus fieri dcbitis

ct consuetis" etc. 1).

De conventualen kozen derhalve zelve hunne oversten, doch de alzoo gekozene verkreeg eerst door de bisschoppelijke confirmatie en de int .tstelling alle tot het ambt behoorende bevoegdheid; de emotie, zoo construeerden de canonisten, gaf een ius ad rem, op de omzetting van hetweik in een ius in rem de gekozene recht had; de Bisschop was tot de confirmatie verplicht, hij verleende ze, als de gepresenteerde niet onbevoegd was naar het Canonieke recht, en daarbij droeg hij hem het bestuur van het convent zoo in het tijdelijke als in het geestelijke op, den conventualen gelastende, hem hierin de verschuldigde gehoorzaamheid te becoonen.

Opdat de overste van een klooster inderdaad gezag over de conventualen zou hebben, was noodig, dat de geestelijke Overheid — een klooster was immers een geestelijk lichaam onder de jurisdictie der geestelijke Overheid staande — hem dit gezag opdroeg, opdat het uitkwam, dat hij geen mandataris dei conventualen was maar in werkelijkheid hun Overste, met gezag over hen bekleed; zoodoende werd wel de drager van het ambt door de conventualen benoemd, maar de inhoud van het ambt, het ambt zelf was van hen onafhankelijk, zoodat het de samenwerking van de conventualen en het geestelijke gezag was, waaruit het recht van den kloosteroverste voortvloeide ; formeel ontleende hij het aan de conventualen, materieel aan den Bisschop; en zoodoende liet zich beider aandeel wel onderscheiden, maar niet scheiden.

I) De inbezitstelling, zooals ze notarieel in dorso van de acte van 3 Nov. 1579 beschreven staat, geschiedde doordat de benoemde, door den abt van Oostbroek en den deken van St. Marie, naar het choor der kloosterkerk geleid werd, waar zij op haar zetel G.in suo solito stallo") plaats nam en geïnstalleerd werd, nadat zij den gewonen eed afgelegd had; waarop de nonnen haar als priorisse erkenden („veceperunt, admiserunt") haar gehoorzaamheid beloofden en „ad abbatiam deduxerunt aliasque et alia fecerunt prout in iisdem litteris fieri demandatur" (13 Nov. 1579).

Sluiten