Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerspeltienden !): „verum, quia non constat, quod dicti domini decanus et capitulum perceperint de juribus et pertinenciis dicte vicarie, nee eciam constet, quod in aliquo super dicta perpetua vicaria seu pertinenciis ejusdem dictum dominum Stephanum molestaverint inquietaverint vel turbaverint seu aliquos fructus dicte vicarie perceperint", ontzegde het vonnis hem in dit opzicht zijn eisch. Als vicarius perpetuus had hij geen recht op deze tienden, maar aan het kapittel kwamen ze toe als bezitter der „vera rectoria", zooals de pauselijke rechter zich uitdrukte in overeenstemming met het sustenu van' het kapittel zelf: „ipsam... ecclesiam parrochialem de Malsen cum omnibus juribus et pertinenciis suis ad dictos decanum et capitulum et eorum ecclesiam sancti Petri pertinuisse et pertinere, ac fuisse et esse de dote et juribus et pertinenciis prefate ecclesie sancti Petri."

S. v. Manher was zoodoende wel als bezitter van een benefice erkend, — en in zooverre had hij het kapittel van St. Pieter overwonnen, dat hem enkel als zijn ambtenaar, als vicarius amovibilis had beschouwd en behandeld, — maar van een vicaria perpetua, niet van een pastoraat; en het gevolg daarvan was, dat de tienden zijner parochie hem ontzegd bleven.

Nogmaals begon hij daarom een proces. Hij volhardde erin zich „rector parrochialis ecclesie in Malsen" te noemen; hield vol, dat hij „dictam parrochialem ecclesiam in Malsen cum omnibus juribus et pertinenciis suis canonice et justo titulo fuit assecutus", en derhalve als haar „rector" op hare tienden recht had; en eischte, dat bij vonnis verklaard werd, dat deze tienden aan de gemelde kerk en haar rector toekwamen en de „occupaciones usurpaciones detenciones et spoliaciones" van het kapittel waren „temerarias invalidas injustas inefficaces illicitas", en bepaald werd „dictam.. . parrochialem ecclesiam

I) Van deze tienden was n.b. het kapittel in het bezit, dat er zelfs over geprocedeerd had met den Heer van Buren en ze den 2den Apr. 1315 aan hem in erfpacht gegeven had, welke overeenkomst door den Bisschop was geapprobeerd en geconfirmeerd.

Cf. Mr. Muller, 1. c. pp. 350, 351, 352, 361, en aldaar in de „Oorkonden aangaande de kerken van Buurmalsen en Tricht" de bijlagen 1, 3 en 6.

Sluiten