is toegevoegd aan uw favorieten.

De geestelijke en kerkelijke goederen onder het canonieke, het gereformeerde en het neutrale recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapelaan cr geen recht op zou hebben, zelfs niet als de kapel ooit tot parochiekerk verheven mocht worden1); in 1336 werd door Lambert van Buren uitdrukkelijk erkend, dat de collatie van de Trichtsche kapel of van er nog te bouwen kapellen door hem of door anderen, evenals de tienden van Tricht, het kapittel competeerde 2); met consent van het kapittel werd in i3§9 deze kapel door den Bisschop tot parochiekerk verheven, „ende de goederen daertoe gegeven off van doen aen in tijden ende Wijlen te geven gemaect geestelick" 3) met de daartoe behoorende „vryheyt ende immuniteyt", onder de bepaling evenwel, dat de collatie zou blijven aan het kapittel evenals de tienden „zonder eenige verminderinge vuyt wat saecken dattet zoude mogen wesen", in Malsen en Tricht, „nyet anders dan off de voorss. capelle in geenre parochiale kerke geredigeert en ware geweest 4), zooals ook door die van Tricht, verschijnende

1) In de gemelde acte d.d. 2 Nov. 1315 was n.1. het consent onder deze voorwaarden verleend: „quod collacio ipsius capelle, dum vacaverit, ad ... decanum et... capitulum ecclesie nostre sancti Petri, pro eo quod ipsa capelia et villa de Tricht cum omnibus agris pascuis et pratis et terris eidem ville attinentibus site sunt infra limites parrochie ecclesie de Malsen, que quidem ecclesia de Malsen ecclesie nostre sancti Petri cum omnibus decimis ipsius parrochie et juribus, ad ipsam ecclesiam speel antibus, ecclesie nostre beati Petri ab olim incorporata existit, pertinere debebit, et quod omnes oblaciones in dicta capelia offerende parrochiali ecclesie de Malsen cedent, et quod capellanus capelle pro tempore existens nichil de juribus parrochialis ecclesie de Malsen sibi pote. it vendicare. Et si dictam capellam postmodum forsan in parrochialem ecclesiam erigi contigerit, quod omnes decime ville de Tricht, tam majores quam minute, presentes et future, ad ecclesiam nostram beati Petri, sicut nunc racione incorporacionis antique pertinent, pertineant in futurum".

2) Deze erkenning was d.d. 12 Jan. 1336; Mr. Muller, 1. c. bijlage 6.

3) Cf. p. 18.

4) Deze verheffing was geschied den 7den Dec. 1389, met consent van het kapittel van St. Pieter, „in tytulum perrochialis ecclesie"; het verdient opmerking, dat eerst thans de goederen tot bona ecclesiastica werden gemaakt, terwijl in de acte van 2 Nov. 1315 van geen vergeestelijking van de goederen gesproken was: „et bona ad eandem assignata et in posterum pia erogacione largienda et assignanda fore et esse ecclesiastica et sub ecclesiastice protectionis libertate tuenda decemimus". De kerspeltienden van de landerijen, die voorlaan tot de parochie Tricht behoorden, zouden aan het kapittel van St. Pieter blijven: „omnes et singule spectabunt pleno jure in perpetuum libere ad dictos dominos decanum et capitulum et corum ecclesiam sancti Petri et de juribus et pertinenciis eorum erunt et in perpetuum remanebunt libere in omnibus et per omnia, acsi dicta capelia in perrochialem ecclesiam