Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den Bisschop was erkend, „dat noch sy noch heurluyder kercke tot eenigen tijden eenich recht totte voorss. thienden grove off smalle hadde gchadt off mochte hebben, maer dat de selve met vollen rechte toequamen de voorss. Heeren Deecken ende Cappittel van S.te Pieters, met beloften dat syluyden de voorss. kercke sulcx zouden doteren ende begiften dat deselve zoo veel in eeuwige renten zoude hebben, dat de cureyt off vicaris hem selven daerop priesterlick ende eerlick naer behooren soude mogen onderhouden ende alle overcommende lasten dragen; ende off in toecommende tijden yetwes daer aen soude mogen ontbreecken, dat syluyden vuyt haer eygen goet tselve souden suppleren, alles sonder quetse, interest off sonder prejudicie vande Heeren Deecken ende Cappittele van Ste Pieters voornoempt"; daarna waren zij voor den Heer Alard van Buren verschenen en hadden beloofd zich te gedragen naar de gemelde „brieven van separatie tusschen die van Malsen ende van Tricht" en dat zij „de voorss. kercke van Tricht alsoo goet maecken zoude van seeckere renten ende van onseeckere, dat een priester die daer wonachtich was bescheydelick ende rijckelick als een parochipaep daerop zoude mogen leven buyten hinder, last ende schade des Deeckens ende Cappittels van Sle Pieters tot Vuytrecht ten eeuwigen dagen x).

erecta nou fuisset"; de parochianen van Tricht erkenden, „nee se nee suam ecclesiam de Tricht ullo tempore habuisse nee habere debere aliquod jus in dictis decimis", dat dit recht aan het kapittel van St. Pieter competeerde, „quodque eadem perrochialis ecclesia de Tricht regetur in perpetuum per perpetuum vicarium curatum dicte ecclesie de Tricht, hujusmodique curate vicarie de Tricht collacio solum et in solidum pleno jure ad dictos dominos decanum et capitulum, ad quos eciam collacio vicarie curate dicte eorum ecclesie de Malsen a primeva ejus fundacione pertinuit ac pertinet, perpetue pertinebit". Zij beloofden te zullen zorgen voor een voldoenden „dos" „quod eadem capella, postquam in ecclesiam erecta fuerit et consecrata, tantum habebit in redditibus perpetuis, quod vicarius curatus ibidem se sacerdotaliter honeste et commode valeat sustentare et onera incumbentia supportare, et in casu, quo dicta capella ita non fuerit dotata seu dotem ejus in futurum contigerit non sufficere quoquomodo, extunc dicti incole et persone eam de bonis suis propriis sufficienter dotabunt, sine lesione aut prejudicio dominorum decani et capituli ecclesi nostre sancti Petri Trajectensis".

Mr. Huiler, 1. c. bijlage 10.

i) Dit was den I2den Dec. 1389 geschied; voor den Heer van Buren werd

Sluiten