Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook wel noemde men in plaats van God of Christus, de Heiligen, en de armen. Anderen weer beschouwden als het subject der geestelijke en kerkelijke goederen de Kerk, den Paus, de Geestelijkheid, ja zelfs den Staat en den Vorst. En ook waren er, die de bezitters der geestelijke beneficiën eigenaars heetten van de ertoe behoorende goederen; die de kerkelijke gemeenten als zoodanig beschouwden; en die de patroons eigenaars lieten blijven van de goederen door hen ten behoeve

der religie aangewezen.

En het was geenszins in de vroege Middeleeuwen alleen. dat men aan deze constructies de voorkeur gaf boven die van de rechtspersoonlijkheid der geestelijke instellingen.

Het te verklaren feit is niet het bestaan van bloot immateriecle rechtssubjecten, welker aard dan voor velerlei constructie zou vatbaar wezen; neen, het feit, dat onafhankelijk van de theoretische constructie, onafhankelijk van den stand der wetenschap bestaat, is het voorhanden zijn van tal van vermogenscomplexen aan allerlei bestemming gebonden, zonder dat er menschen kunnen worden aangewezen, aan wie ze zouden toekomen *).

gonnen ende verlenen wille; ende myn lichaem bespreeke ick der heyligher gewyder aerde.

Item ick bespreecke ende maecke onsen genadighen here van Utrecht roem. ende zynen eerwaerdighen domproost ende archideken, elcx een Karolusgulden van

twintich stuyvers.

Die fabryk tot Utrecht thien stuyvers".

,Item, noch maecke ick Aechte Geritsd. voersz., 't koetsgen mettet koetsbeddeken ende met zyn toebehoren van dekenen ende slaeplakenen ende oircussens, ende myn bedde, daer ick dagelicx op slape, met die slaeplakenen daertoe dienende, ende met die rode dekenen, die op die voorkamer leyt.

Noch maek ick Aechten voorsz., dat tresoer, dat voer in 't huys staet, met die 6 tinne kannetjes, daer op staende, ende met den bekertgen ende 't waterpotgen,

daer onder 't tresoer staende".

1) Als door Stobbe, (Handbuch des Deutschen Privatrechts 3e auH. X. pp. 422 noot ia en 438) geleerd wordt, dat het bestaan van rechtspersonen niet afhankelijk is van den graad van ontwikkeling der rechtswetenschap, dan kan ik mij met de algemeene strekking van zijne woorden: „Wenngleich das Wesen der juristischen Person erst in der Zeit fortgeschrittener wissenschaftlicher Bildung und juristischer Theorie erkannt werden konnte, so ist sie selbst doch kein Produkt derselben, sondern schon mit den Rechtsverhaltnissen selbst gegeben. Sie ist nichts kilnstliches, erst der modernen Zeit angehöriges, sonder uralt, wie die Gemeinde und der Staat", - volkomen vereenigen, d. w. z. met zijn meening, dat recht en

Sluiten