Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minste een potentieel wilsvermogen hebben; de vraag, of er subjectlooze rechten zijn, staat er evenwel geheel buiten.

De bron der verwarring is het veronachtzamen van de onderscheiding van recht en handeling, van rechtsbevoegdheid(-subjectiviteit) en handelingsbevoegdheid 1).

Het gansche betoog van Zitelmann, Meurer en Lohman is op die veronachtzaming gebaseerd 2).

Grif worde erkend, dat er van geen handeling sprake kan zijn zonder subject, dat handelt; eveneens, dat een handeling een uitoefening van macht is; eveneens, dat een rechtshandeling een door de rechtsorde beschermde handeling is; eveneens, dat handelingsbevoegdheid in het wilsvermogen haar conditio s. q. n. heeft en dat elke rechtshandeling een „Wollendürfen" is. Maar handeling en recht zijn twee! Een recht kan uit een handeling voortvloeien en kan tot nieuwe handelingen de aanleiding zijn, er den rechtsgrond voor vormen. Voorzoover de uitoefening van het recht in handelen bestaat, is er iemand

1) Duidelijk komt dit uit bij Zitelmann 1. c. p. 65, waar het heet:

„Rechtsfahigkeit ist die Eigenschaft, Rechtssubject zu sein"; en:

„Der Ausdruck „Rechtsfahigkeit" bezieht sich aber darauf, dass das betreffende Wesen nun auch die Fshigkeit hat, durch eigene Handlungen alle andern, ihm nicht von selbst zustehenden Rechte zu erwerben und in jeder andern Weise rechtlich wirksam zu werden".

2) Bij Mr. Lohman bestaat nog een eigenaardig misverstand, trouwens tot dezelfde verwarring terug te brengen. L. c. p. 16 leest men: „Wat wij nu zien geschieden bij het testament en de fidecommissaire substitutie, datzelfde verschijnsel treffen wij ook bij stichtingen aan". Welk verschijnsel? dat iemands wil ook na zijn dood blijft voortwerken.

Dit verschijnsel is regel bij elke rechtsverhouding: de erfgenamen etc. zijn gebonden door de daden van hun auteur. Maar beteekent dit nu, dat de wil van dien overledene ondanks het overlijden is blijven bestaan , slechts ontdaan van zijn „physisch superfluum"? Omdat men het voor recht houdt hetgeen een overledene gewild, gecontracteerd of eenzijdig bepaald heeft, na te leven en te doen naleven, is zijn wil toch niet blijven bestaan!

Hoe is het mogelijk, dergelijke redeneering in ernst te verdedigen!

Elke oorzaak, op elk terrein des levens, werkt na in haar gevolgen, ook als zij zelve niet meer bestaat.

Leeft de vader nog, omdat na zijn dood zijn kroost nog bloeit?! In zijne kindeten leeft men voort; maar beteekent dit, dat men zelf het ondermaansche niet verlaat?! Woorden, niets dan woorden.

Sluiten