Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is; in een kegelclub bv. zal men niet licht iets „organisch" bespeuren *).

In het huwelijk kunnen de echtelieden een hoogere eenheid vormen; de huwelijksband is bovendien niet willekeurig van inhoud maar organisch. Er is dus evenveel, zoo niet meer, reden om door het huwelijk een nieuw wezen, eene rechtspersoon te laten ontstaan en deze als het vermogenssubject uit te roepen, als bij een corporatie. Toch doet men dit niet. Waarom niet? Omdat men deze constructie niet noodig heeft en wel gevoelt, dat zelfs het vruchtbaarste huwelijk geene onlichamelijke wezens oplevert. Maar de statuten eener naamlooze vennootschap doen dat heusch ook niet.

Meurer meent den sleutel van het vraagstuk te hebben gevonden in het inzicht, dat het realisme en niet het nominalisme waarheid behelst 2).

Vernommen hab' ich's, und ich glaube Dir;

Doch, wackrer Mann, sag an, was soll das hier ?

Langs inductieven weg meen ik in het voorafgaande tot een juiste juridische dogmatiek te zijn gekomen. Een met de feiten strijdige dogmatiek deugt niet. Als men a priori uitgaat van het dogma: alle zaken zijn öf res in patrimonio óf res nullius, waarbij dan deze laatste öf door den Staat aan zich worden getrokken öf ter occupatie worden gelaten van wie wil, en men dan rechten aantreft, van welke geen persoonlijk subject te ontdekken valt, zonder dat ze in de termen vallen als res nullius behandeld te worden, dan schiet er niets anders over, dan dat men een subject zich construeert. Maar wanneer men minder „dogmatisch" en meer „wetenschappelijk" is, dan zal men zorgen, dat de leer in overeenstemming is met het leven. De constructie is er om de feiten, en niet omgekeerd; past een constructie niet op de rechtsverhoudingen, dan ligt de fout

1) Wat er voor organisch karakter in een naamlooze vennootschap etc. schuilt, <lie immers bloot van menschelijke willekeur afhangt, is mij niet duidelijk; „das unterscheidende Merkmal beruht in der organischen Verbindung der Theile, und diese schafft bei den Corporationen die Verfassung resp. das Statut", zegt Meurer. (1. c. I. p. 65). Een curieus organisme!

2) 1. c. I. pp. 54, 59, 62.

Sluiten