Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reformatie der belijdenis en reformatie der Kerk beteekenen derhalve niet, dat belijdenis a en kerk a verdwenen, oin plaats te maken voor belijdenis b en kerk b; geenszins, het waren belijdenis a en kerk a, die, vervormd, belijdenis a en kerk a bleven.

Gereformeerd werden de Kerk en de belijdenis; er was er maar één, de Christelijke of de Katholieke.

Hoe nu degenen, die het met de „oude religie" bleven houden, eenerzijds en de aanhangers der „nieuwe religie" andererzijds over de verandering oordeelden, of zij ze een bederf dan wel een zuivering achtten, ja zelfs, of zij er geen verandering in zagen maar een geheele breuk, is op zich zelf, al moge het in verband met andere gegevens een krachtige aanwijzing vormen, van geen belang. Beslissend voor het karakter van een rechtsfeit is niet de subjectieve individueele opvatting, door hoe groote schare van individuen ze ook gehuldigd worde, maar het objectieve geschreven of ongeschreven recht. De subjectieve opvattingen, en vooral die van de Overheid, kunnen indirect van groote beteekenis zijn, voorzoover aangetoond kan worden, dat ze het recht, geschreven of ongeschreven , hebben beïnvloed; maar op zich zelve zijn deze theoretische voorstellingen van onwaarde, ook al werden ze door de Overheid gedeeld !).

i) Cf. pp. 148, 149, 193, 194. De onderscheiding van recht en theorie wordt uit het oog verloren door Jhr. Mr. W. H. d. S. Lohman, als hij schrijft (1. c. p. 121): »De groote vraag is echter: hoe hebben de Staten van toenmaals de Reformatie beschouwd?" Neen, dit is niet de groote vraag; deze is: wat hebben de Staten van toenmaals in zake van belijdenis, Kerk etc. gedaan '

Ook Mr. Verloren (1. c. p. 136) schijnt mij niet geheel vrij van deze verwarring. Vlak tegenover de meening van Mr. Lohman, die met een beroep op de opvattingen der Staten de Reformatie als reformatie der Kerk beschouwt, staat die van Mr. L. Offerhaus Jzn. (De Rechtstoestand van Kerkelijke goederen bij de Hervormden, ac. pr. Leiden 1888, pp. 75 sqq.), die voor het stelsel der Staten niets over heeft dan een: het „was eene alles behalve scherpzinnige theorie, uitgevonden om een schijn van recht aan hun streven te geven". De quaestie laat zich moeielijk meer verknoeien dan hier geschiedt; curieus is ook de grond., waarop hij de meening, dat de Reformatie een reformatie der Kerk was, bestrijdt: de „Hervormden" kwamen nl. met „de beginselen en de leer der R. K. Kerk" in strijd op „voorname punten", als: „verwerping der hiërarchie, afschaffing van mis en

Sluiten