Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sake vereyschtc, en sulken text als hem goed dochte. Den Ban en straffe van openbare sonden, seyde hy het ampt der Magistraet te wesen, die het uyterlijke sweerd te gebruyken, macht hadden na gelegentheyt der saken, doch anders behoorde den eenen broeder den anderen uyt liefden te straffen, aen te spreken en te ondervvijsen: sijne predicatien dede hy met groten yver, beweeglijkheyt en vvelsprekentheyt, om d'affecten te moveren, dryvende meest liefde en een Godsalig leven, en den invvendigen mensche, sonder vele disputen op den predikstoel te brengen, dan somtijds yet dat de groven abuysen des Pausdoms raekte: daerom hem vele den naem gaven van een libertijn of vrijgeest: sprak niet vele van de predestinatie, erfsonde of rechtveerdigmakinge, die door toerekeninge geschiede: seyde ook dat die verloren gingen, door haer eygen schuit verloren gingen, door haer eygen moetwille en overtredinge, en leerde also in de voorschreven Parochie simpelijk in qualiteyt als Pastoor aldaer, sonder ander beroep."

Behalve de gereformeerde St. Jacobsparochie bestond er te Utrecht een Gereformeerde kerk, gevormd door de gereformeerde Christenen uit de verschillende kerspelen der Stad, die met deze gebroken hadden en een nieuwe kerk hadden gevormd. Uit dezen hoek begon het langzamerhand tegen den pastoor van St. Jacob te stormen. Hunne predikanten vingen aan hem te overreden, om in „eenigheyd met hun in leere en discipline, daer onder ook vervatende de ceremonien van Doop en Avontmale" te treden. „Helmichius [een dezer leeraars] t'Uitrecht eerst gekomen zijnde, ging met eenige andere dienaren Hubertum in Octobri 157^ aanspreken, om hem tot eenigheyt des kerkendienst te brengen. Hubertus verklaerde in 't gros, dat hy met hun eens was in de leere, maer dat het noch te vroeg was in sijne Parochie sulke kerkelijke ordre in te stellen als sy versochten. Hier by bleef dat steken voor dien tijt".

Alvorens nu het ontstaan dier andere Gereformeerde kerk te schetsen en de botsing verder te beschrijven, die met de nederlaag van de St. Jacobskerk is geeindigd, wil ik nog kortelijk het karakter der behandelde reformatie formuleeren.

De St. Jacobsparochie had, behoudens pastoor van Haller en zijne volgelingen, afgeworpen het „Pauselijke jok" met al de

Sluiten