Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(art. 27). In art. 13 der Unie werd uitdrukkelijk bepaald, met verwijzing naar de Pacificatie van Gent, dat ieder in de keuze zijner religie vrij zou zijn, en van overheidswege uit dien hoofde geenerlei vervolging zou hebben te duchten, hetgeen men te verstaan heeft als vrijheid, om de oude of de gereformeerde Christelijke religie aan te hangen x) niet als vrijheid van godsdienstoefening in het algemeen of als godsdienstvrijheid in den

modernen zin des woords.

Op vermogensrechtelijk terrein was niets veranderd , het door de Stad in bewaring nemen der Minrebroedersgoederen en het in gebruik geven dier kerk aan de Gereformeerde gemeente is het eenige, dat kan worden bijgebracht; het eerste vond echter zijn oorzaak in het vertrek der Minrebroeders, zoodat de Stad in het beheer der achtergebleven goederen moest voorzien, en het tweede in het feit, dat die kerk toch ledig stond2).

Tot nadere toelichting van den stand van zaken onder de

I) Later is men op deze vrijheid gedeeltelijk teruggekomen. E. g. wijs ik op art I van de instructie voor Prins Maurits als Stadhouder van Utrecht, waarin hem werd opgedragen „die oprechte Christelicke Evangelische religie volgende d'ordonnantie daerop by de Staten vanden Lande van Utrecht allreede gemaect ende noch te maecken", te doen onderhouden, volgens de dispositiebevoegdheid der Staten naar art. 13 der Unie, „sonder nochtans dat oP yemants consc.ent.e geïnquireert ofte in yemants huysinge ondersouck gedaen sall mogen worden, ten ware met kennisse ende believen vande Magistraet vander Stadt ende Steden en e ten platten lande vande Staten ofte haere Gedeputeerden, oft dat yemant ter oorsaecke van sijn gelooff (diewijle tselve^ een gave Godes es) eenige moyenisse, injurie ofte overlast sall aengedaen worden".

Reg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 5 Febr. 1590.

De Staten reserveerden zich dus de bevoegdheid, als het hun noodig voorkwam ook ter zake der religie huiszoeking te laten doen; en dat dit voor Roomscfcen en Remonstranten gSen doode letter geweest is, is bekend. Alleen de gewetensvnjhe.d in den engen zjn des woords werd erkend, hetgeen geenszins meebracht dat men zich in het publiek mocht uiten zooals men verkoos, al was er onder de Republiek ook een merkelijk onderscheid tusschen leer en leven.

2) Zoo ook vergunde de Raad op den 3den I-ebr. 1579» » at e gei cpu eer vande geünieerde provintiSn huer vergaderinge dagelic* sullen mogen houden te Minrebroeders int Capittelhuys ende de camer daeraen ende dselve dair toe bequaem te mogen doen maken tot coste van de generalite». Vroedsch. resol

Cf in het Reg. v. d. beschr. d. St. de beschr. v. 4 Apr. .5*'. P-t 5; de Staten namen het aanbod aan, zich hun recht op het groote kapittelhuis van den

Dom voorbehoudende.

Sluiten