Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et, mee te deelen, dat aan Duyfhuys werd verweten, dat hij in de leer niet zuiver was, dat hij geen consistorie hield en zich met hen niet in eenheid van discipline wilde begeven. „Daer toe de Sacramenten en verbond-tekenen onses Heeren Christi> Ja ook alIe a"dere Apostolise kerk-ordeninge met ons, na den gebruyk en insettinge Christi en zijner Apostelen niet houden"; de slotsom dier missive was: „het schijnt dat y anders niet soekt dan onze gereformeerde kerke te verstoren en een zonderlinge secte te autoriseren".

Hoe de zaak rechtens te beschouwen is, valt het best uit het advies der Delftsche kerk te verstaan; den kerkeraad werd aangeraden, zich eerst te wenden tot Duyfhuys zeiven, en, als it niet baatte, tot den Magistraat; zoo men ook hierdoor met verder kwam, moest hij den Prins van Oranje doen polsen. Het advies dan kwam in substantie hierop neer:

De Jacobs- en de Minrebroederskerk waren door den Magistraat aangewezen voor de uitoefening der gereformeerde religie.

Duyfhuys erkende zelf, dat hij de gereformeerde leer voor e ware Christelijke hield, de leer n.1. zooals ze geleerd werd in de Gereformeerde kerken van Holland en Zeeland. „So is onze Christelijke begeerte", - zoo moest de kerkeraad hem voorhouden — „dat gy in teken van dien de belijdenisse des Chnstelijken geloofs deser Nederlandse gereformeerde kerken eerst lesen, en daer na onderschrijven wilt, op dat wy daer door de eenigheyt der lere en des gevoelens met ons mogen bevinden, of de zwarigheyt, die gy noch in onse leringe zout mogen hebben, wilt voorstellen, om daer van uyt den woorde Gods vriendelijk en broederlijk te handelen." Maar het was niet genoeg, dat het Woord zuiver werd verkondigd; er moest ook „een regiment en ordeninge" onderhouden worden; niet alleen in de leer moest er „gelijkformigheyt" zijn, „maer ook in de ceremonien en regeringe der kerken." Dit was een Christelijke eisch, cf. pp. 211 sqq.

Daarom moest Duyfhuys zich „over alle kerkelijke zaken" met de naburige kerken verstaan in „classes en vergaderingen"en een kerkeraad instellen, gelijk hij wel wist, „dat d'Apostelen in alle de gemeenten ingestelt hebben niet alleen herders en leraers, die in den woorde soude arbeyden, maer ook andere

Sluiten