Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prcdicanten vuytgereyct wort, belovende den voirn. Hermannum Elconium daer inne te mainteneren ende hanthouden als liaer eygen last ende beveel hem gedaen, annemende oversulcx te verantwoirden alle swaricheden ende moeyenissen, die hem ter oirsaken voirss. enichsins opgeleyt oft angedaen zullen mogen werden, als wesende huer eygen saeck ende werck, bevelende oversulcx de kerckmeesters inder tijt der voirss. kercke sonderlinge acht te nemen, dat de voirss. Hermannus te deser oirsaken by nyemant gemolesteert ofte gemoeyt en worde, ende soe zy des bevijnden, dat sy sulcx die vande Magistraet adverteren, om daer inne geremedieert te worden na behoren. Ende soe sulcx nyet en geschieden sal de voirss. Hermannus mitterdaet van sinen dienst ontslegen zijn, ende hem mogen vertrecken oft bliven simpelick resideren mits genietende een jaer pensie tot een affscheyt" !).

Op dezelfde wijze werd, nadat de Raad den 24^ Apr. 1582 aan E. Backer op zijn verzoek ontslag verleend had, lako Sybrants in zijn plaats door den Raad aangenomen, nadat de „gebuyren van Sint Jacob" hem hadden gepresenteerd, en Elconius verklaard had: „als dat hy den selven Tako inde hooftstucken des Cristelicken geloofs gesont vonde"; de Raad nam hem aan onder gehoudenis van te leveren attestatie van den Magistraat, onder wien hij het laatst had geresideerd, van „goet leven ende conversatie" !).

Den 4den Aug. werd er tusschen de predikanten der Consistoriale kerk, die meenden, dat het overlijden van Duyfhuys hun positie had versterkt, en die der St. Jacobskerk een samenspreking gehouden op het stadhuis ten overstaan van gecommitteerden uit den Raad, waarvan door den Secretaris een acte werd opgemaakt2); het liep over de zuiverheid der leer, „de

1) Vroedsch. resol.

2) Bor 1. c. XXI. pp. 836, 837.

Bor gebruikt hier als elders „kerken-ordeninge" en „kerk-oideninge" door elkaar; 111 het eerste woord is de n geen meervoudsteeken, maar, evenals in „kerkendienst", „kerken-dienaer", kerken-raed" enkel een verbindingsletter. In het geciteerde o'' P* 220 sl,reekt hij van de „kerk-ordeninge van Ouderlingen, Diaconen, en Consistorie als d'andere begonnen hadden"; het betreft daar de grief der Minre-

Sluiten