Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist deze haar wil door te zetten; in een samenkomst van eenige predikanten van weerszijden en enkele gedeputeerden van de Stad en van de Staten in het Duitsche huis, waar Leicester logeerde, gaf hij hun te kennen, dat hij de bestaande scheuring en oneenigheid wenschte te zien opgeheven. De Utrechtsche Stadhouder, de graaf van Meurs, wist het te bewerken , dat het weigerende antwoord, dat aan Leicester was gegeven, voor herroeping vatbaar bleek: in een vergadering ten stadhuize van de predikanten van beide kerken in tegenwoordigheid van den graaf van Meurs en den gecommitteerde van Leicester, Dr. James, den 26sten Juli 1586 gehouden, werden achttien „articulcn van vereeniginge besloten, die plaetse hebben souden tot op het Synode, dat gehouden soude worden" 1).

De vereeniging was dus nog provisioneel; de Haagsche nationale Synode heeft ze echter bekrachtigd, zoodat de samensmelting definitief werd en er sedert maar één Gereformeerde kerk te Utrecht bestond.

Gelijk ik reeds heb opgemerkt, was de grief tegen de Jacobskerk , dat ze niet heel zuiver in de leer was, en in het bijzonder, dat ze in haar isolement onchristelijk was en haar organisatie ook niet beantwoordde aan de eischen door de H. Schrift gesteld. Oorspronkelijk was niet aangedrongen op een algeheele samensmelting der beide kerken, maar scheen het, dat de Minrebroederskerk zich gecontenteerd zou hebben, als die van St. Jacob zich zuiverder hadden gereformeerd naar het beeld eener Christelijke kerk, zooals men zich dat uit de H. Schrift vormde. Thans was de maatregel wel de meest afdoende, die

«•enomen kon worden: de beide kerken vormden er voortaan b

maar één.

Het is van belang de quintessens der vereenigingsartikelen na te gaan.

Er zou in de Stad één kerkeraad zijn, bestaande uit alle predikanten en uit ouderlingen, (art. 7).

De predikanten zouden worden gekozen door den kerkeraad

I) Bor. 1. c. XXI. p. 838. Mr. van Oordt 1. c. pp. 62 sqq.

Sluiten