Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergaderen, ten zy sy alvorens openbaerlijk gerenuncieert sullen hebben de Roomse Religie en dependentien van dien".

„Also dit een saek is van groter consequentie, en de gemeene welvaert soude mogen retarderen, om sekere poincten die onderhouden sijn by sijn Excellentie en de Provinciën. So begeert de Raed dat de supplianten eenige willen committeren die op morgen hun daer op vorder delibereren".

Naar aanleiding dezer troebelen togen eenige gedeputeerden uit den Raad en de burgerij naar den Prins. Zijn Excellentie betreurde het voorgevallene, door hetwelk de religievrede en de Unie van Utrecht waren geschonden. De Raad had de door de burgerij verzochte interdictie der Roomsche religie overgelaten „ter ordonnantie ende dispositie van zijne Excellentie". Den 13den Mrt. 15 80 beval de Prins alles in statu quo te laten, „sonder yet geattenteert off voorder aengegrepen te worden aen eenige kereken, cloosteren, persoonen oft goederen van die van de Roomsche religie dan mit kennisse ende authoriteyt vande Overicheyt ende Magistraet, indyen daer eenighe wettelicke oirzaecke van eenich strafbaer misbruyek ofte van suspicie van eenighe correspondentie mitten vyanden oft diergelijcke mochte zijn. Ende dit by provisie tot dat by rijpe deliberatie van de Staten sLants van Utrecht tot dyen eynde staetsgewijs te beschrijven ende mitten eersten te vergaderen op alles zulcke ordre besloten ende gestelt zal sijn als totter gemeene ruste, vereenicheyt ende verzeeckerheyt der Stadt mitten burghers ende inwoonders vandyen ende theuren meesten oirbaer ende welvaert sonder verminderinge van Godts eere bevonden zal worden best te dienen naer vermoegen t 13® articule van de Unie" *).

1) Copiebk. K. no. 35. Deze missive — het is het origineele stuk, dat in het Copieboek is opgenomen — is gedateerd uit Kampen 13 Mrt.; V. d. Water heeft ze afgedrukt in het 3de Deel, pp. 14 en 15 onder no. 8, ten onrechte dateerend 13 Mei. Bij den Heer Royaards is de datum 15 Mei geworden (1. c. XVII. p. 245). Uit deze missive blijkt tevens, dat de beeldstormerij van den 7den Mrt. alle kerken getroffen had, in welke lot nog toe de Roomsche religie was uitgeoefend.

De Vroedsch. resol. spreken alleen over den inval in de Domkerk. Cf. Royaards, L c. XVII. p. 237.

Sluiten