Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

subjectieve gezindheid harer leden maar — s. v. v. — haar statuut de sedes materiae, onverschillig op welke wijze dit statuut tot stand komt.

Ten platten lande ging het zeer dikwijls door dwang van overheidswege: de Roomsche belijdenis werd van rechtswege als ketterij gestempeld, en de Roomsche dienst mitsdien verboden. Maar juist hierin ligt de krachtigste grond voor continuiteit der ongereformeerde en der gereformeerde parochie; juist in het feit, dat de Overheid vóór de ofïficieele Reformatie de Gereformeerden als ketters beschouwde en hun daarna een getuigschrift van orthodoxie uitreikte, ligt de sleutel der vraag naar het rechtskarakter der Reformatie; van onwaarde is daarvoor een bewijsvoering met theologische argumenten (sc. voor den rechter, niet voor de Overheid zelve); de erkenning door de Overheid van een leer als de Christelijke snijdt voor den rechter alle eigen beoordeeling af. De Roomschgezinden mochten zich nog zoo zeer als de ware Christenen beschouwen, rechtens baatte het hun niets, al hadden zij ook nog zoo zeer gelijk. Had de Overheid geen partij gekozen, dan ware de zaak lang zoo eenvoudig niet.

Bor verhaalt van het streven van de Utrechtsche Consistorialen na hun overwinning op St. Jacob om door geheel de Provincie de reformatie, zooals zij ze verstonden, door te voeren1).

Er waren op het platte land dus nog verschillende predikanten in de parochiën, — die niet waren en ook nooit zijn opgeheven , — die niet zuiver in de leer waren; sommigen van hen waren zelfs in het geheel niet gereformeerd, anderen waren niet ver genoeg gereformeerd. De pastoors konden in hun dienst blijven, gelijk ook Duyfhuys van ongereformeerd gereformeerd pastor was geworden, mits ze hun prediking en ceremonieele handelingen reformeerden, dat dit voorkwam is een feit; of vele pastoors zich in het nieuwe officieele Christendom hebben geschikt, dan

I) L. c. XXI. p. 839. „Die van de Consistorie arbeyden by dese gelegentheyt seer om den voet van hare reformatie, deur de gehele stad en 't platte land van Uitrecht voort te planten, daer over ook eenige Predicanten ten platten lande, zijnde van de gesintheyt van Sint Jacobs (ook eenige noch Paepsgesinde) weygerende de Synodale acten te onderteyekenen, wierden van hare diensten gedeporteert".

Sluiten