Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men kerken; de regelen der Middelburgsche kerkorde werden gevolgd door de kerken, die dit wenschten en slechts voor zooverre de Overheid dit uitdrukkelijk of stilzwijgend toestond; van een oplegging ervan aan anderen was geen sprake.

Eerst de volgende Synode, die 20 Juni sqq. 1586 in den Haag werd gehouden, had meer succes; zij was dan ook niet door eenige predikanten maar door Leicester samengeroepen, en zijn krachtige hand was het, die zorgde, dat hare besluiten' geene pia vota bleven; de door haar opgestelde kerkorde werd door hem geapprobeerd, geratificeerd en geautoriseerd, en haar naleving werd door hem bevolen; door zijn invloed werd ze den Utrechtschen Staten opgedrongen, evenals de opheffing der Jacobskerk en de invoering van het Redressement (hierover later). Ze was wezenlijk aan die van 1581 gelijk. Rechtens had ze geen beteekenis zonder de goedkeuring der Provinciale Staten, die w. i. w. verleend werd, doch uit den aard der zaakniet belette, dat de Staten en de Utrechtsche Raad er aan derogeeren konden, hetgeen dan ook door hen meermalen werd gedaan.

In Sept. 1586 werd de „kerekenordeninge", in de nationale Synode „gearresteert" door de „Dienaers ende Ouderlinghen" en door zijn Excellentie „geconfirmeert", door de Staten behandeld; de Stad Utrecht verklaarde ze „goetgevonden te hebben", en hetzelfde werd bericht door Amersfoort, Rhenen, Wijk en Montfoort, terwijl ten slotte (21 Sept.) de Geëligeerden en de Edelen zich vóór de kerkorde uitspraken, doch onder eenige restrictie i); in Juli 1588 verklaarden de Geëligeerden nog eens uitdrukkelijk, dat zij wel begeerden, „datter goede regule ende ordre in den kerekenordeninge ende schole ofte seminarium gestelt" werd, mits dit geschiedde „sonder preiudicie ende lesie van yemandts previlegie ende gerechticheyden, tractaet van Haere Majesteyt ende naerder Unie, ende dat nyemant ondersocht zal worden in zijn conscientie"; de Ridderschap oordeelde, dat, daar de „dispositie van de religie" bij de Unie door de Provinciale Staten aan zich was „gereserveert", en

1) Reg. V. d. beschr. d. St. Beschr. v. 6 Sept. 1586 punt 15.

Sluiten