Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzet tegen de toepassing van verschillende (niet van alle) artikelen der Orde en der instructie overtuigen, wilde men alleen door den Stadhouder doen beslissen, dat de Orde in geenen deele tegen de Unie streed, zooals de Kapittelen hadden beweerd , maar integendeel in deze gefundeerd was. Trouwens, de Kapittelen zelve beweerden ook niets anders; zij hadden zelve reeds tot de uitvoering op verschillende punten medegewerkt en uit het reeds behandelde blijkt, dat hunne bezwaren niet gebaseerd waren op het nog niet verbindende der Orde, maar op de strekking van verschillende artikelen van deze en van de instructie, in welke o. a. de religievrede volgens hen was geschonden doordat de Staten hun toezicht op de administratie der geestelijke goederen te ver uitstrekten.

Dat de Orde verbindend was, blijkt o. a. ook uit hetgeen door de Staten den 3<ien Aug. 1582 werd bepaald. Met het oog op het feit, dat verschillende besluiten „ende merckelick dordinantie gemaeckt op tgebruyck vande geestelijcke goederen" niet werden nageleefd, verklaarden de Staten uitdrukkelijk, dat strikt moest worden onderhouden al hetgeen waartoe door hen of hunne Gedeputeerden op wettige wijze was besloten !). Tevens werd geregeld de zittingsduur van de leden der Directiekamer ; „die drye Staten hebben eendrachtelicken verclaert noopende die veranderinge van dese gedeputeerden, dat den outsten van hen alle jaer affgaan zal, ende dat tegens die tijt wederom in plaetze van dgheene die affghaen zal, een ander gecommitteert zal worden" !).

Men ziet hieruit, dat de Kapittelen zich bij de Orde en haar uitvoering in het wezen der zaak hadden neergelegd.

Ook met het onderwerp in art. 29 der Orde behandeld werd voortgegaan; dagelijks kwamen bij de Staten klachten in, „dat eenighe pastoiren ofte predicanten ten platten lande int predicken sich nyet en reguleren achtervolgende tplaccaet opt stuck vande religie by de Staeten gemaect"; den 2?sten Mrt. 1583 werd daarom voorgesteld, „dat men tvoorss. placcaet bydc publicatie in den Lande van Utrecht dede renoveren, ende datmen daer

I) Keg. v. d. beschr. d. St. Beschr. v. 3 Aug. 1582, punten 3 en 4.

Sluiten