Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lande van Utrecht, de instructiën opde conservatie vande geestelijcke goederen ende tbesoigne van die vande voorschreven camere gesien, anders geordineert sal zijn. Belastende voorts by desen den ontfangers vande geestelijcke goederen met den eersten te maecken ende in haeren handen te leveren pertinente staet van haeren ontfang ende vuytgeven. Actuni inder Statencamere tUtrecht op date als boven" i).

„Item zoo luidde punt 2 der beschrijving van 17 Oct. 1588 — alsoo verscheyden dachten gedaen werden over die Directiecamere ende haere officieren ende verscheyden abuysen by deselve, soe geseyt wort, gepleecht ende ingevoert contrarie dinstructie op de conservatie vande geestelicke goederen gemaect, alsoo dat die Geëligeerden, Edelen ende Gedeputeerden vande Stadt Utrecht goetgevonden hebben, die gecommitteerden ende officieren vande voorss. camere by provisie van haer ampt ende officie te suspenderen ende haer te interdiceren dselve meei te bedienen, totdat, dinstructie opde geestelicke goederen gemaect ende tbesoigne vande voorss. camere gesien, anders sall wesen geordonneert, off het nyet geraeden en es, metten eersten te committeren die d'voorss. instructie ende besoigne sullen visiteren, alle abuysen ende infractiën by geschrifte .stellen met die middelen daerby men dselve soude mogen remedieren, omme metten eersten den Staten rapport te doen, blijvende middelretijt die suspensie van weerden". Hierop werd 25 Oct. 1588 geresolveerd: „Hebben tarticule pro ut iacet goetgevonden, daerby gevoucht, dat men den secretaris ende andere die sleutelen ende pampieren sall affeysschen, ende datmen dontfangers sall doen leveren reeckeninge van haer ontfanck ende vuytgeven ende generalick van haerluyder administratie, by name Horis van Weede, Anssem Ruysch ende Jan vanden Bongaert". „Die van Amersfoort verclaren, dat zy niette Directiecamer nyet te doen hebben, ende dat zy selven verstaen van haere geestelicke goederen te disponeren;

1) Inv. d. arch. v. d. kap. v. kl. no. 415c. Cf. in de Kroniek v. h. Histor. Gen. gev. te Utr. (21ste jaarg., 1865, 5de serie, dl. I.) de „Kronijk van Utrecht, >576— '59'"» P- 57o-

Sluiten